The idea of the World, volgens Bernardo Kastrup

After we came out of the church, we stood talking for some time together of Bishop Berkeley’ ingenious sophistry to prove the nonexistence of matter, and that everything in the universe is merely ideal. I observed, that though we are satisfied his doctrine is not true, it is impossible to refute it. I never shall forget the alacrity with which Johnson answered, striking his foot with mighty force against a large stone, till he rebounded from it – ‘I refute it thus.’

James Boswell: The Life of Samuel Johnson

Kastrup’s boek is niet echt gemakkelijk lezen. Elke zin moet uitgepakt worden als een zipfile. Je moet echt een aantal begrippen uit de filosofie paraat hebben. Zijn redeneringen zijn dan echter glashelder en het is niet gemakkelijk om er nog iets tussen te krijgen. Het is mijns inziens de moeite waard om hier zijn argumenten te bespreken die verrassend dicht tegen mijn visie op de betekenis van de kwantumfysica voor een interpretatie van de wereld aan liggen. Diezelfde visie vindt u aan het eind van mijn boek. Daar aangekomen breek ik een lans voor het idee van een kosmisch bewustzijn dat zich dit universum met ons erin ‘droomt’, net zoals wij in onze slaap complete werelden kunnen dromen die in de droomtoestand doorgaans als ‘echt’ ervaren worden. Als ik Kastrup’s boek vergelijk met dat van mij, dan pel ik langzaam alle lagen weg van de manier waarop ons geleerd is dat de werkelijkheid in elkaar zou zitten, om uiteindelijk bij Idealisme aan te komen. Kastrup gaat rechtstreeks naar de kern van de zaak, Idealisme, vertrekt daarvan en argumenteert vervolgens waarom dat een beter en vruchtbaarder beeld van de werkelijkheid is dan Fysicalisme.

Dat idee van een dromend kosmisch bewustzijn is identiek aan het Idealisme van bisschop Berkeley. Kastrup betoogt dat dat Idealisme de beste verklaring levert, met de minste ontologische aannames, voor een groot aantal fenomenen waarvoor het Fysicalisme geen enkele verklaring weet te leveren. Er zijn ook fenomenen die zelfs in tegenspraak zijn met die opvatting van de wereld.

Elke interpretatie van de wereld, zowel Idealisme als Fysicalisme, stoelt uiteindelijk op een aantal metafysische aannamen die niet bewezen kunnen worden. Hoe minder hoe beter lijkt daarbij een goed uitgangspunt voor een verstandige keuze tussen die twee. Laten we voor beide systemen de voor en tegens eens op een rijtje zetten en er meteen bij zetten of we op een of andere manier zeker kunnen weten of het uitgangspunt wel of niet klopt en of dit in overeenstemming is met experimentele bevindingen.

Fysicalisme, de problemen

De wereld bestaat volgens Fysicalisme objectief en permanent. Er is alleen materie. Alles heeft uiteindelijk een materiële oorzaak. Ons bewustzijn is een product van de materie, een emergent epifenomeen. Maar hoe kunnen we dat idee eigenlijk hard aantonen? Bedenk dat de wereld zich zonder uitzondering aan ons voordoet als ervaringen die in ons bewustzijn verschijnen. Pas als ze in ons bewustzijn verschijnen zijn die ervaringen voor ons werkelijk. Ervaringen die in ons bewustzijn verschijnen zijn de enige fenomenen waarvan we ondubbelzinnig kunnen zeggen dat ze werkelijk zijn. We kunnen er ons echter op geen enkele manier van verzekeren dat de bron van onze ervaring objectief en fysiek bestond voordat ze als ervaring in ons bewustzijn is verschenen.

De ervaring van Samuel Johnson van zijn voet tegen de grote steen is een ervaring binnen zijn bewustzijn. Niet erbuiten. Het bewijst dus niets. Het feit dat we het er met andere mensen over eens zijn dat iets zich in de wereld voordoet lijkt een argument voor het objectieve fysieke bestaan ervan maar is uiteindelijk ook een ervaring binnen ons bewustzijn en bewijst dus niet het objectieve bestaan ervan. In een droom kan iemand mij ook bevestigen dat hij eveneens ziet wat ik zie. Toch blijkt die bevestiging bij het wakker worden waardeloos.

Fysicalisme en de kwantumfysica

Fysicalisme moet logischerwijs volgens zijn materiële uitgangspunt aannemen dat bewustzijn een product van de materie is want er is alleen materie. Bewustzijn als emergent fenomeen van de hersens biedt echter geen verklaring voor de ontdekkingen in de kwantumfysica dat de waarneming de uitslag van de waarneming beïnvloedt. Zelfs terug in de tijd. Dat zijn de onontkoombare conclusies van de zogenaamde uitgestelde keus experimenten, zoals die van Scarcelli, Zhou en Shih in 2007. Voor een uitgebreide beschrijving daarvan verwijs ik naar mijn boek, hoofdstuk 7, Uitgestelde kwantumwisser vs. 2007. Een beeld van een universum met alleen materie biedt hier geen enkele verklaring voor het feit dat de detectie van de spleet die gepasseerd moet zijn terug in de tijd werkt. Dat is omdat de oorsprong van het effect dat de interferentie verdwijnt – het verschijnen van het foton in een van de spleten – vóór het moment van detectie plaats gevonden moet hebben.

delayed choice quantum eraser timeline

En dat is beslist niet het enige experiment waar het Fysicalisme niet in staat is tot een verklaring. Alle Bell experimenten tot nog toe hebben met toenemende betrouwbaarheid aangetoond dat de meting aan deeltje A – al is de locatie van die meting nog zo ver verwijderd van die van de meting aan deeltje B – de uitslag van de meting aan deeltje B vastlegt en dat vóór de meting aan deeltje A de toestand van A noch B bestond. Je kunt dan niet met goed fatsoen zeggen dat de deeltjes al wel bestonden, maar dan wel zonder hun eigenschappen. Ik spreek hier daarom expres van metingen en niet van uit elkaar vliegende deeltjes aangezien we niet kunnen spreken van een eigenschapsloos bestaan van een deeltje vóór de meting. Iets dat bestaat heeft per definitie eigenschappen, toch? Fysicalisme biedt hier geen oplossing.

Daarbovenop is het verschijnen van het deeltje in het meetinstrument dat onmiddellijk daarvoor nog een coherente waarschijnlijkheidsgolf was, nog steeds een onopgelost raadsel waarvoor nog steeds een werkelijk fundamentele verklaring niet gevonden is vanuit het Fysicalisme. Decoherentie biedt geen verklaring maar is alleen een andere naam voor dit verschijnsel. Het verklaart niets. Het verklaart overigens ook niet hoe een niet-fysieke waarschijnlijkheidsgolf coherent blijft. Coherentie – samenhang – is een verschijnsel dat bij uitstek fysiek verklaard wordt. Hoe waarschijnlijkheden – getallen – een samenhangende golf kunnen zijn is nog steeds niet verklaard.

Fysicalisme houdt ook niet-contextualiteit in. Dat wil zeggen dat de uitslag van een waarneming niet mag afhangen van de manier waarop andere tegelijkertijd uitgevoerde waarnemingen gedaan worden. Ook dat wordt tegengesproken door de Bell experimenten. In dat kader is er in 2019 een experiment gedaan waarvan de voorlopige uitslag ook weer is dan niet-contextualiteit geschonden lijkt te worden. Ik verwijs naar mijn bericht: ‘Het consensus probleem in de kwantumfysica’.

Los van deze fysische experimenten zijn er talloze verschijnselen in de wereld die niet goed of volstrekt niet met het Fysicalisme te verklaren zijn. Die worden dan ook vaak onmogelijk geacht en geschreven op conto van fantasie, illusie, bedrog, ondeugdelijk onderzoek, anekdotisch en wat die meer zij. De nabij-de-dood-ervaring (NDE) is hier een goed voorbeeld van, dat overigens uitstekend te verklaren valt met Idealisme, sterker nog, het voorspelt het.

Idealisme, de bezwaren

Idealisme zegt dit: er is alleen een universeel bewustzijn waarin de werkelijkheid zoals wij die ervaren zich afspeelt op dezelfde manier als wanneer wij dromen. Binnen het bewustzijn dus. De materialiteit en de permanentie van de waargenomen wereld is een illusie. Kastrup somt de belangrijkste tegenwerpingen op:

  1. De ervaren concreetheid van de wereld.
  2. Het persoonlijke privé bewustzijn.
  3. Bestaat alleen de waargenomen werkelijkheid?
  4. Mijn bewustzijn is niet in staat om de waargenomen werkelijkheid aan te passen.
  5. Als de wereld een droom is hoe komt het dat wij die met elkaar delen?
  6. Wat is de oorsprong van de wetten van de natuur?
  7. Dat fenomenen zich buiten onze persoonlijke psyche afspelen wordt evengoed verklaard met Fysicalisme. Waarom dan een andere verklaring?
  8. Hoe komt het dat wat er zich in onze psyche afspeelt correleert met de waarneembare processen in ons brein?
  9. Hoe komt het dat, kort voordat wij een beslissing nemen, de hersenactiviteit al toeneemt? (Libet)
  10. Waar is dat niet-materieel bewustzijn wanneer we bewusteloos zijn?
  11. Is Idealisme niet hetzelfde als solipsisme?
  12. Hoe kwam de Big Bang tot stand zonder bewustzijn?
  13. Als ik naar het universum kijk dan zie ik daar geen bewustzijn.

Het gaat te ver om hier op al die tegenwerpingen in te gaan. Ik verwijs daarvoor naar het boek van Kastrup, deel III: Refuting objections. Maar op punt 1 t/m 4 ga ik hier in:

  1. Ook de concreetheid van de wereld is uiteindelijk een ervaring binnen het bewustzijn. Een goede definitie van bewustzijn is ‘Dat wat ervaart’. Volgens die definitie is er geen enkele manier om de objectieve wereld te ervaren zonder dat het bewustzijn daarbij betrokken is.
  2. Dat we allemaal een persoonlijk privé bewustzijn ervaren is volstrekt mogelijk als elk privé bewustzijn een zelfstandig functionerend onderdeel (subroutine) van het universele bewustzijn is, maar dat slechts in zeer beperkte mate met dat universele bewustzijn kan communiceren.
    • Een technisch voorbeeld: Virtuele computers binnen computers. De virtuele computer heeft geen rechtstreekse verbinding met de hardware en kan die ook niet direct aansturen. Ik heb zelf een volledig functionele -– en legale – Windows 10 draaien in een virtuele omgeving op een Apple computer.
    • Een menselijk voorbeeld: Dissociatieve Identiteitsstoornis (DID – voorheen MPS). In één persoon kunnen meerdere persoonlijkheden huizen. Een uitstekend voorbeeld is het geval van een vrouw die zowel blinde als ziende persoonlijkheden heeft. Als de blinde persoonlijkheid naar voren is gekomen dan zijn aantoonbaar de visuele hersencentra niet meer actief. Die worden actief als een niet-blinde persoonlijkheid naar voren treedt. Lees: ‘Sight and blindness in the same person: Gating in the visual system’.
  3. Dat de maan alleen bestaat als ik ernaar kijk, dat kan toch niet? Wat bedoelen we met ‘de maan bestaat’? Als ik naar de maan kijk dan zie ik die doordat zich een aantal fotonen op mijn netvlies manifesteren. Dat zijn niet dezelfde fotonen die een ander ziet. Die ander die samen met mij constateert dat de maan aan de hemel staat ontvangt zijn eigen fotonen, niet de mijne. Op het moment dat dat nodig is binnen mijn ervaringen zal het universele bewustzijn ervoor zorgen dat ik de juiste fotonen ontvang conform het beeld van de wereld dat dat universele bewustzijn voortdurend creëert en volgens patronen die wij herkennen als wetten van de natuur. Denk aan een VR-bril, als ik die opzet en om me heen kijk (mijn hoofd beweeg) projecteert de VR het overeenkomstige beeld. Het beeld dat overeenkomt met dat wat zich achter mij zou moeten bevinden wordt nog niet in de bril geprojecteerd, bestaat (nog) niet.
  4. Als bewustzijn de wereld creëert, waarom kan ik dan met mijn gedachten de wereld niet naar mijn wens creëren? Het eenvoudigste antwoord daarop is dat ik – dat wat ik momenteel als ik ervaar – een afgesplitst deel ben van het universele bewustzijn. Ik ben een geval van DID dus. Dat afgesplitste fragment dat ik ben, is niet in staat om het totaalplaatje van de wereld te beïnvloeden met een actie van de wil. Dat is afgeschermd. Overigens is het in talloze parapsychologische experimenten aangetoond dat de geest de werkelijkheid wel degelijk beïnvloedt. Er zijn NDE’s gerapporteerd die bevestigen dat de van het fysieke lichaam bevrijde geest uitstekend in staat is om elke ervaring te creëren die het zich maar voorstelt. Een goed voorbeeld is de NDE van Nancy L. Danison waar ze zich in haar lichaamloze toestand, terwijl haar lichaam op dat moment levenloos in een stoel in een ziekenhuiskamer zat, bedacht dat ze toch eigenlijk in een ziekenhuis was en het volgende moment met een verpleegster naast haar door een volledig werkelijkheidsgetrouwe ziekenhuisgang liep – totdat ze aan iets anders dacht.

Voor de overige punten verwijs ik verder naar Kastrup’s boek. Ik kan u wel zeggen dat hij op overtuigende wijze afrekent met al die bezwaren.

Idealisme tegenover Fysicalisme

Idealisme doet metafysische aannames. Daar kom je niet onderuit. Volgens Kastrup:

  • Universeel bewustzijn is primair. Het is de grond van alles.
  • Universeel bewustzijn moet de eigenschap hebben van zelf-excitatie, zoals bij een snaar die spontaan in een toestand van trilling komt.
  • Die zelf-excitatie moet de oorsprong zijn van elke ervaring.

Verdedigers van Fysicalisme brengen vaak – in de geest van Samuel Johnson – naar voren dat voor Fysicalisme geen metafysische aannames gedaan hoeven te worden. Alles is al voorhanden. Niets is minder waar. Waar komen de fysische wetten vandaan? Hoe komt het dat de materie zich volgens mathematische wetten gedraagt?

Kwantumfysische verschijnselen worden door fysicalisten verklaard met de aanname van het kwantumveld. Dat is een veld van potentie dat het hele universum doordringt, dat op elk punt voortdurend actief is met virtuele deeltjes die uit het niets verschijnen en weer razendsnel in dat niets verdwijnen tenzij het – onvoorspelbaar – verandert in een niet-virtueel – waarneembaar – deeltje. Dus:

  • Het kwantumveld is primair, het is de grond van alles.
  • Het kwantumveld heeft de eigenschap van zelf-excitatie. Het produceert voortdurend virtuele deeltjes die objectief reëel kunnen worden.
  • Die zelf-excitatie is de bron van elke waarneming.

Kortom, wat is in deze de meest spaarzame hypothese denkend aan de fenomenen die het Fysicalisme niet kan verklaren?

Niets dan voordelen

Als je er even over nadenkt dan blijkt Idealisme uitstekende verklaringen te bieden voor een aantal verschijnselen waar Fysicalisme het spoor bijster raakt:

  • De NDE
  • De verrassende geschiktheid van de wiskunde om de fenomenen in de wereld te beschrijven terwijl wiskunde bij uitstek een product van de geest is.
  • Het feit dat ruimte en tijd afhankelijk zijn van de positie van de waarnemer. Dat ruimte gekromd kan zijn. Dat wijst er op dat ruimte en tijd een product van de geest zijn.
  • Synchroniciteit. Gebeurtenissen die geen causale samenhang hebben maar wel een gemeenschappelijke betekenis voor degene die de synchroniciteit ervaart. Het stoppen van klokken op het moment van overlijden van een familielid is er zo een die best vaak voorkomt.
  • De verrassende precisie waarmee de fysische constanten op elkaar afgestemd zijn zodat leven mogelijk is. Een minieme afwijking daarvan zou al resulteren in een universum zonder enig leven zoals wij dat kennen.
  • De kwantumcoherentie in levende systemen die veel langer blijft bestaan dan mogelijk wordt geacht.
  • De kwantumefficiency van metabolische processen.
  • Etc.

Tenslotte. Idealisme biedt ook een aanzienlijk hoopvollere boodschap dan Fysicalisme. Het einde van het fysieke lichaam is niet het einde van het bewustzijn. Het universum is verre van zinloos.

Ir. Paul J. van Leeuwen MSc studeerde af in de technische natuurkunde in 1974 aan de TU Delft. Kwantumfysica was nog geen onderdeel van zijn curriculum toen. Hij behaalde tijdens zijn werk in de automatisering in 1993 een master of science in kennistechnologie bij het CIBIT verbonden aan de Utrechtse universiteit. Veel later in zijn carrière ontdekte hij de kwantumfysica en haar connectie met informatie en bewustzijn. Na zijn pensionering startte hij postacademische cursussen in kwantumfysica, informatie en bewustzijn. De inhoud van zijn cursussen is samengevat in zijn boek 'Kwantumfysica, informatie en bewustzijn'. Dit boek is ook in het Engels gepubliceerd onder de titel: 'Quantum Physics is NOT Weird'.

7 antwoorden op “The idea of the World, volgens Bernardo Kastrup”

  1. Beste Paul, ondanks dat het doorgronden van kwantumfysica mijn wereldbeeld aanvankelijk deed kantelen en me ongerust en kwaaiig maakte, is mijn beeld sinds kort wederom gedraaid en is juist de wetenschappelijke onderbouwing van mijn altijd al aanwezige onderbewuste weten / voelen, dat mijn wereldbeeld niet juist was, een grote geruststelling voor mij. Jouw boek heeft me geholpen, het vertrouwen in mezelf is na het lezen ervan, toegenomen.

  2. Paul,

    Na het lezen van jouw bespreking kan alleen maar het bestellen van Kastrup’s (wat een ontdekking, die man!) boek volgen.

    Ik denk er nu aan dat als kind, nog geen tiener, de gedachte mij een tijdje bezighield dat alles wat buiten mij is niet echt bestaat, dat het voorstellingen in mij zijn.

    Veel later leerde ik dat deze opvatting ‘Solipsisme’ heet en dat in de geschiedenis en in het heden een lange rij van filosofen zich erop heeft stukgebeten.

    Ik ben benieuwd hoe Bernardo hiermee omgaat. Of bij hem het idealisme en het solipsisme in elkaar over lopen en hoe hij in dat geval het idealisme vrijhoudt van de pogingen tot weerlegging van het solipsisme. Die van Wittgenstein is denk ik het meest geslaagd.

  3. Dank voor het artikel.
    Fysicalisme lijkt me niet houdbaar. Idealisme doet het beter, maar mij bevalt de premisse van Universeel bewustzijn niet helemaal. Het leidt tot cirkelredenaties.
    Ik ben (als leek) momenteel meer geporteerd door laten we zeggen tot neo realisme. Met nieuwe ontvankelijkheid kijken naar bekende zaken zoals het lichaam. Ik schreef daar beknopt het volgende over

    Al het leven start vanuit een bevrucht eitje. Het eitje is al compleet “lichaam”. Moet alleen nog uitvouwen. Bij het uitvouwen maakt het lichaam HET LICHAAM. Plant, dier, mens. Het lichaam verzorgt alles wat nodig is om het lichaam de levensreis te maken. Elke soort krijgt daartoe een eigen set zintuigen mee, een specifiek fysiek lijf, en een opdracht om alles te doen om in leven te blijven, inclusief je aan te passen aan veranderende omstandigheden. En, te voorzien in een nieuwe bevrucht eitje. Elk lichaam is een ruimtescheepje dat nadat alles aangelegd en ingericht is, ruimte biedt aan een stuurhut met gezagvoerder. Het complexe lijf heeft een bemande stuurhut nodig om zich ruimtelijk en sociaal te bewegen. De gezagvoerder kent een “ik”. Mijn hypothese is dat het lichaam niet alleen ruimte maakt voor een stuurhut (dat gebeurt al door wijze van de aanleg van de zintuigen etc., net zoals er in een hart en hersenen is voorzien) , maar dat het lichaam ook in het laten ontstaan van het bewustzijn voorziet. Waar het bewustzijn precies zetelt weet ik niet, wel dat het er is, en dat het tenminste een persoonlijk bewustzijn is.

    Omdat dit verhaaltje geen onderscheid maakt tussen mensen en andere levende ruimtescheepjes, kan als optie bewustzijn in elke levend wezen worden verondersteld. En niet zo’n beetje ook. Er zijn m.i. geen walvissen waargenomen die ruimtereizen maken, maar we weten ook niets van de rijkdom van het zeeleven en wat walvissen ons voor zinnigs zouden kunnen “zeggen”. Spinnetjes die net geboren zijn, zwermen uit en worden grotendeels opgegeten. Maar de overlevenden beginnen als draaiende web-fabriekjes direct miniwebjes te bouwen. Dat zit dus in- geprogrammeerd. Maar als zij volgevreten kruisspinnen zijn geworden bestaat er een complex spinnenleven. De complexiteit van een bijenvolk is ongelooflijk veelzijdig en gedifferentieerd. Er zijn voorbeelden van samenleven van planten insecten en dieren, waarvan je je afvraagt hoe dat in godsnaam zo geworden kan zijn. Dat is m.i. niet mogelijk zonder:
    1. Bewustzijn
    2. Het vermogen van aanpassing

    Vanaf deze bescheiden plaats vind ik de gedachte én acceptabel én waarschijnlijk dat in principe alle leven bewustzijn heeft. Het bijzondere aan mensen is uitsluitend dat wij een andere set zintuigen hebben, en andere ledematen. Geen organisme is daarbij gelijk. Het biedt een denkkader vanwege eenzelfde uitgangssituatie. Het door het lichaam zonder hulp van buitenaf veilig stellen van het voortbestaan van het reizende ruimteschip. Wij doe wat het lichaam wil en van ons vraagt.

    Dit scenario lijkt me dichtbij onze eigen waarneming te liggen. In dezelfde orde van werkelijkheid als het onvermogen om door een lantaarnpaal heen te lopen. De werkelijkheid bestaat, want slaat terug. De redenering impliceert echter wel iets dat buiten het lichaam moet bestaan. Want hoe komt het lichaam er op zich zo te gedragen dat het leven “automatisch” wordt voortgezet, waarbij het brein, het individuele bewustzijn, slechts is uitgerust voor zover het lichaam dat nodig heeft? Wat geldt voor álle levende wezens.

    Tot zover

  4. Ik heb wat reacties gekregen over de onbegrijpelijkheid van wat ik over het kwantumwisser experiment in twee korte zinnen hier zeg. Die opmerkingen zijn terecht. Ik zal in een volgend bericht hier uitgebreid aandacht aan besteden.

  5. Beste Paul,
    Ik heb net het boek The Idea of the world van Kastrup en Helgoland van Rovelli gelezen. Beiden bespreken de relationele interpretatie van de kwantumfysica, maar Rovelli blijft bij het materialisme en Kastrupkomt uit bij Idealisme. Ik ben de relationele interpretatie niet in je boek tegengekomen, maar ik ben wel benieuwd wat je ervan vindt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *