Een lezing

Een prachtige blurb

Zoals lezers van mijn nieuwsbrief weten heb ik mijn boek over kwantumfysica en bewustzijn in het Engels vertaald. Het is te koop op Amazon.com.  Daar ben ik behoorlijk trots op maar er moet nog wel wat gebeuren t.a.v. promotie. Een website in twee talen, Engels en Nederlands, helpt natuurlijk maar is niet voldoende. Zodoende had ik mijn boek ter review aangeboden aan Dr. Amit Goswami, een kwantumprofessor die met zijn boek ’The Self-Aware Universe’ uit 1995 mijn eerste inspiratie is geweest om mij eens te verdiepen in de kwantumfysica en het primaire bewustzijn.

Dr. Amit Goswami – Kwantum Activist

Na lang wachten kreeg ik dit terug van zijn assistente Mimi Hill:

Dear Paul,
Dr. Goswami is very enthusiastic about your book, Quantum Physics is NOT Weird, as his blurb below reflects.


Paul van Leeuwen’s book QUANTUM PHYSICS IS NOT WEIRD is a wonderful, very readable book that will convince thousands upon thousands of serious readers, including students of science, why consciousness is necessary to understand quantum physics and why materialist science is not adequate. I give the book my highest recommendation. This book will also give the inquisitive reader an introduction to the aborning quantum science of consciousness.

Fantastisch. Precies ook zoals ik mijn boek bedoel, voor de leek maar ook voor studenten op universiteiten. En nu moest ik zijn aanbeveling natuurlijk gebruiken voor verdere promotie. Ik schreef daarom een e-mail aan Victor en Wendy Zammit, een echtpaar dat al 22 jaren onvermoeibaar bezig is om de boodschap van het bewustzijn dat de dood overleeft wekelijks de wereld in te brengen, afterlife activisme kun je zeggen. In feite is het overleven van het bewustzijn ook de conclusie die je uit mijn boek kunt trekken, het bewustzijn is geen product van de hersenen, ondanks Swaab en Lamme. In de e-mail plakte ik ook natuurlijk het antwoord van Goswami. Ik hoopte dat ze dan in een van hun wekelijkse nieuwsbrieven mijn boek zouden noemen. Die nieuwsbrief wordt over de hele wereld gelezen. Wel, dat gaan ze doen, mij vermelden. Geweldig, aanstaande vrijdag 18 juni sta ik er in.

A Global Gathering

Wat Victor en Wendy ook doen is wekelijkse Zoom sessies over diverse onderwerpen organiseren. Een daarvan is de zogenaamde Global Gathering die elke week plaatsvindt op een tijdstip dat mensen over de hele wereld kunnen deelnemen op een voor hun nog doenlijk moment van de dag. Er kunnen maximaal 40 mensen aansluiten. Dat is elke zondag van 23:00-24:30u Centraal Europese Tijd. Wendy heeft mij overgehaald om op zondag 11 juli een presentatie te doen. In het Engels natuurlijk. Je kunt je voorstellen dat ik nu al een beetje zenuwachtig ben. Dat wordt nog wat met die dove oren. Misschien moet ik maar een keer oefenen van te voren. Haha, wie biedt zich aan? Dat kan natuurlijk geen cursus kwantumfysica worden in de 30-40 minuten die ik dan heb voordat de vragen gesteld gaan worden. Ik ga het dus vooral hebben over hoe het boek tot stand kwam en wat de boodschap ervan is.

Verhuisbericht

Overigens, deze website gaat verplaatst worden naar de tweetalige website https://quantumphysics-consciousness.eu. Dat is al goeddeels gebeurd, eigenlijk. De abonnees op de nieuwsbrief verhuizen automatisch mee, die hoeven daar niets voor te doen. Dat is prettiger in het onderhoud dan twee aparte websites. Het domein kwantumfysica-bewustzijn.nl zal gaan doorverwijzen naar quantumphysics-consciousness.eu.

Vervolgcursus kwantumfysica en bewustzijn start op 7 juni

Ik wil bij deze jullie aandacht vestigen op een korte vervolgcursus die gepland staat bij de Volksuniversiteit Den Haag (zelf inschrijven) en waar het in principe mogelijk is om de sessies via Zoom bij te wonen. De eerste les start op 7 juni om 19:30u. Als de cursus op locatie gegeven wordt dan is dat in Den Haag op loopafstand van het Centraal Station. Deelnemers die de voorkeur geven aan online volgen vanwege de afstand kunnen dat het best opgeven bij de inschrijving.

In de cursus wordt een korte herhaling gegeven van de zesdelige cursus, de betekenis van het uitgestelde keus twee-spleten experiment wordt besproken. Er wordt ingegaan op het belang dat de informatie van de waarnemer speelt in de fysieke wereld. We kijken naar zaken als entropie en informatie. We proberen tenslotte tot een interpretatie te komen waarin alle verschijnselen in de kwantumfysica verklaard zouden kunnen worden.

De relationele interpretatie van de kwantumfysica

Een opmerking bij een eerder bericht van een lezeres dat ze de relationele kwantumfysica interpretatie van Carlo Rovelli niet in mijn boek tegenkwam, maakt dat ik daar maar eens een heel bericht aan ga wijden. Rovelli zet zijn relationele idee uiteen in zijn laatste boek Helgoland. Een boek dat iedereen die zich bezighoudt met de raadselen van de kwantumfysica inderdaad zou moeten lezen. Rovelli is een goede verteller die in staat is om zo’n lastig onderwerp voor de leek toch boeiend te houden.

Zijn relationele interpretatie komt er volgens mij op neer dat alle materiele objecten waar de fysica over praat slechts bestaan in relatie tot elkaar. Ze hebben elkaar nodig om hun fysieke eigenschappen te manifesteren. Zonder elkaar zijn ze letterlijk niets.

Het waarnemereffect

Daarmee probeert Rovelli het zogenaamde waarnemereffect te verklaren. Dat is het effect dat de meting van een deeltje het deeltje zijn fysieke eigenschappen, zoals plaats, snelheid en energie geeft – de zogenaamde kwantumcollaps – en dat de manier van meten bepaalt hoe het deeltje zich zal manifesteren. Voorafgaand aan de meting heeft het deeltje die eigenschappen niet. Het bestaat dus eigenlijk niet in fysieke zin. Het is er nog niet. Bedenk dan dat alle objecten in de wereld, wij ook, in feite kwantum objecten zijn.

Dat dit zo is, is langzamerhand een onontkoombare conclusie geworden voor de meeste fysici. De zogenaamde uitgestelde keus experimenten hebben bevestigd dat het gemeten deeltje voorafgaand aan de meting nog niet fysiek bestaat. Voor een beschrijving van zo’n experiment uit 2007 verwijs ik naar mijn boek, hoofdstuk 7 paragraaf ‘Uitgestelde keus kwantumwisser vs. 2007’, of naar een andere pagina op deze site. In de inleiding van zijn boek mijmert Rovelli, uitkijkend op zee, met een collega over dit verrassende aspect van de werkelijkheid.

De hand in de interferometer

Rovelli beschrijft – pagina 57 en 58 – het verbluffende effect wat zijn hand heeft op een experimentele opstelling waar het foton langs twee wegen, die uiteindelijk weer samenkomen, kan reizen waardoor bij hun samenkomst interferentie optreedt. Het foton wordt gedetecteerd in een van de twee detectoren aan de uitgang van het apparaat. Dit is de zogenaamde Mach-Zehnder interferometer. Zie voor een uitgebreide beschrijving ervan deze pagina op deze website. Als het apparaat goed geconfigureerd is en het foton ongehinderd langs beide wegen kan ‘reizen’, dan blijkt dat interferentie op de plek waar de wegen samenkomen – de tweede halfdoorlatende spiegel – veroorzaakt dat de fotonen slechts in één richting het apparaat kunnen verlaten. Alleen detector D1 detecteert fotonen. D2 detecteert niets.

Mach-Zehnder interferometer, weglengte boven en onderlangs even groot.

Maar wanneer Rovelli met zijn hand een van beide wegen blokkeert, waarmee hij de helft van de fotonen tegenhoudt, komen de niet geblokkeerde fotonen, die dus onderlangs zijn gegaan, plotseling op beide detectoren aan.

Mach-Zehnder met blokkerende hand

De fotonen die de tweede spiegel bereiken ‘weten’ blijkbaar dat Rovelli met zijn hand de andere weg blokkeert en dus nu vrij kunnen kiezen tussen beide detectoren. De vraag is, hoe ze dat ‘weten’.

Alles met elkaar verbonden?

Als je wilt blijven vasthouden aan het beeld van een objectieve wereld buiten ons, dan zit er weinig anders op dan veronderstellen dat kwantumobjecten op een of andere manier met elkaar verbonden zijn, dat ze een relatie hebben dus. Op die manier komt Rovelli bij de relationele interpretatie van de kwantumfysica terecht. Als je daar even verder over nadenkt dan besef je hopelijk dat dat een verhullende technische term is voor het idee dat alles met elkaar verbonden is. En laat dat nu net de boodschap zijn die ons bereikt via Indiase wijsgerige tradities, mystici, zieners en – niet onbelangrijk – mensen die een nabij-de-dood ervaring gehad hebben.

Het beeld van een universum waarin objecten slechts bestaan in relatie tot elkaar verklaart daarmee de zogenaamde kwantumcollaps veroorzaakt door het meetinstrument en ook het niet meer te ontkennen waarnemereffect dat de kwantumfysici al sinds het begin van de vorige eeuw bezighoudt. Het is dan niet het bewustzijn van de waarnemer, maar het feit dat de waarnemer ook een samenstelling van kwantumobjecten is, dat het waarnemereffect verklaart. In mijn ogen is dat een vorm van panpsychisme, alles is bewust. En als je aanneemt dat alles met elkaar verbonden is en ‘weet’ waar alle andere objecten in het universum zich bevinden, dan lijkt mij de stap niet meer zo groot naar het idealisme, het idee dat alles zich in feite binnen het bewustzijn afspeelt zoals Kastrup veronderstelt. Dat bewustzijn is dan de bewaker van al die relaties. Iets dat wat mij betreft eenvoudiger is en dus beter te begrijpen dan het panpsychisme van Rovelli. Wat niet wil zeggen dat ik dan echt begrijp wat bewustzijn eigenlijk is en doet, ook al ervaar ik dat vrijwel elk moment.

De kwantumfysica en de rol van het bewustzijn

Zoals lezers van mijn berichten en van mijn boek zullen weten ben ik van de opinie dat de kwantumfysica niet zozeer de primaire rol van het bewustzijn bewijst maar deze beslist wel sterk ondersteunt. Dat is natuurlijk omstreden, zolang de geaccepteerde wetenschap vast blijft houden aan het materialistische denkraam, blijven er natuurlijk wetenschappers die dit van harte proberen aan te tonen als fout. Men wel graag de er-is-alleen-materie visie overeind houden hoewel mij de aantrekkelijkheid van dat beeld van de realiteit, waarin ik slechts een toevallig aanwezige toeschouwer ben, mij ontgaat. Ook zijn er mensen die het bewustzijn en zijn voortbestaan na de fysieke dood wel serieus nemen, maar die de kwantumfysica liever buiten de hele discussie over bewustzijn willen houden.

Heisenberg onzekerheid als gevolg van klassieke statische fluctuaties in ruimte-tijd

Zo ook die twee Finse wetenschappers die in september 2020 een mathematisch onderzoek publiceerden waarin de onzekerheidsrelatie van Heisenberg een gevolg zou zijn van statistische fluctuaties in ruimte-tijd, enigzins vergelijkbaar met de Brownse beweging van microscopische deeltjes in een vloeistof. Naar aanleiding van dat artikel verscheen er in het voorjaarsnummer van Terugkeer naar Levenslicht, het kwartaalblad van stichting Netwerk NDE, Nederland en vzw Limen, België een kort artikel dat deze Finnen als enthousiaste amateur-onderzoekers schetst die aangetoond zouden hebben dat de onzekerheidsrelatie van Heisenberg geen gevolg zou zijn van de meting – de waarneming – van het deeltje, maar iets is dat zich volledig afspeelt in de klassieke Newtoniaanse wereld. Dat deze Finnen geen kwantumfysici zijn klopt, maar Jussi Lindgren is wel een mathematisch zeer geschoold iemand, geen wiskunde amateur dus. Dit staat in zijn LinkedIn profiel: ‘Part-time doctoral student at Aalto University School of Science, main interests in optimal control theory with applications in macroeconomics, physics and finance. Other academic interests include nuclear engineering and philosophy of science. Quantum physics, relativity and theoretical physics are key interests of mine as well.’ De publicatie bevat inderdaad een aardige brok complexe wiskunde die niet bijzonder toegankelijk is voor de leek die zich desondanks zijn ontbrekende mathematische vaardigheden interesseert voor de betekenis van de kwantumfysica. De schrijver in Terugkeer ziet daarom af van een kritische beschouwing van het stuk van de Finnen. Zijn conclusie is dan dat we de kwantumfysica helemaal niet nodig hebben om de primaire rol van het bewustzijn aan te tonen. Ik vraag me dan wel af waarom je die Finse publicatie dan naar voren brengt.

Hoewel mijn mathematische vaardigheid ook niet meer is wat die geweest is, wil ik toch graag een kritische noot over die Finse publicatie en over hun conclusie plaatsen. Hun conclusie is dat de interpretatie van de kwantumfysica weer teruggebracht kan worden in het klassieke Newtoniaanse domein, hard objectief wetenschappelijk realisme dus. De Heisenberg onzekerheidsrelatie zegt dat er een fundamentele ondergrens is aan de nauwkeurigheid waarmee de positie en de snelheid van deeltjes gemeten kunnen worden. Volgens de Finnen zijn de deeltjes in een experiment wel permanent objectief aanwezig maar worden gestuurd door statistische fluctuaties in ruimte-tijd die het onmogelijk maken om een meting te doen van snelheid en positie met een nauwkeurigheid die groter is dan Heisenberg toestaat. Eigenlijk is hun aanpak een uitstekend uitgewerkt voorbeeld van een uitwerking van de ensemble theorie in de kwantumfysica die alleen wil kijken naar het statistische gedrag van grotere ensembles en het individuele deeltjesgedrag zelf liever buiten beschouwing laat. En daar zit het probleem nu net. Ik wil daar juist wel naar kijken.

Als we de Bell experimenten en de uitgestelde keus experimenten niet hadden gehad, dan had ik niet zo gauw goede tegenargumenten gevonden. Daarom nog even de betekenis daarvan hier uiteengezet. Alle Bell experimenten hebben met steeds toenemende betrouwbaarheid bevestigd dat twee (of meer) deeltjes, met een gemeenschappelijke historie, zodanig met elkaar verbonden (verstrengeld) zijn dat een meting aan het ene deeltje ogenblikkelijk maakt dat het andere deeltje de complementaire eigenschap moet vertonen, terwijl ze voorafgaande aan de meting die eigenschap nog niet hadden. Als je nu aanneemt dat die deeltjes permanent en objectief bestaan kun je niet anders dan aannemen dat de twee deeltjes met elkaar communiceerden dat ze gemeten zijn, sneller dan het licht, en dan ‘besluiten’ om die complementaire eigenschappen, die ze daarvoor nog niet hadden, te vertonen. Een veronderstelling die, wat mij betreft, ver buiten wat Ockham’s Scheermes aanbeveelt valt.

En dan hebben we ook nog (gelukkig) de uitgestelde keus experimenten. Die laten heel duidelijk zien dat het beeld van deeltjes die onderweg zijn van bron naar detector, en dus op hun weg bestaan, niet kan kloppen, tenzij je nogal vergezochte aannames doet over deeltjes die in de toekomst kunnen zien, over verstrengelde fotonen die weten dat als de positie van het andere foton gemeten is, dat ze hun gedrag, interferentie vertonen of niet, met terugwerkende kracht in de tijd moeten aanpassen. Als u dat liever aanneemt dan het idee dat het uiteindelijk de bewuste waarnemer is die op het moment dat hij de uitslag bekijkt deze ook – en dan pas – als echt gebeurd vastlegt, dan bent u daar vrij in natuurlijk. Maar mijn idee is het dat het die bewuste waarnemer is die hier beslist niet uit weg te denken valt.

Een experimentele test van non-lokaal realisme

Tenslotte wil ik hier nog het resultaat aan toevoegen van een experiment uitgevoerd aan de Universiteit van Wenen in 2007 en dat naar mijn mening weinig aandacht heeft gekregen. Bij dit experiment is eigenlijk de aanname dat de waarneming de objectieve werkelijkheid niet beïnvloedt getest. Ik bedoel hier niet mee dat elke meting altijd het gemetene beïnvloedt, dat was in de klassieke fysica al bekend, maar dat de waarneming iets doet met de aard van het waargenome al raakt die dat waargenomene niet fysiek. Een niet-lokale invloed dus.

In dit experiment is een complete klasse van belangrijke non-lokale verborgen variabele hypotheses gefalsifiëerd. Deze theoriën veronderstellen realisme. Permanent objectief bestaande materie. Zo stellen ze mechanismes voor die de verstrengeling van fotonen bij Bell type experimenten kunnen verklaren met effecten waarbij ze hun polarisatie al die tijd al hadden en niet pas verkrijgen op het moment van meting.

De conclusie uit dit experiment is dat we de uitslag van een Bell type experiment en haar betekenis voor wat werkelijk is uiterst serieus moeten nemen en niet meer stiekem kunnen hopen dat de wetenschap het beeld van objectief permanente materie nog kan repareren.

Oorzaak, gevolg en tijd

Een nogal cryptisch stukje tekst

In het vorige bericht, over het boek ‘The Idea of the World’ van Bernardo Kastrup schreef ik:

‘Een beeld van een universum met alleen materie biedt hier geen enkele verklaring voor het feit dat de detectie van de spleet die gepasseerd moet zijn terug in de tijd werkt. Dat is omdat de oorsprong van het effect dat de interferentie verdwijnt – het verschijnen van het foton in een van de spleten – vóór het moment van detectie plaats gevonden moet hebben.’

Daar struikelde een lezer over en eigenlijk wel terecht. In mijn antwoord op haar bericht beloofde ik uitgebreid aandacht aan retrocausaliteit, oorzaak en gevolg, zoals dat in uitgestelde dubbelspleet experimenten naar voren komt, te besteden. Bij deze dus een poging om dat een stuk helderder te krijgen.

Interferentie bij de dubbelspleet

Afbeelding: Joerg Enderlein

Eerst kijken we naar de gewone dubbelspleet. Of daar nu fotonen, elektronen of buckeyballs van 64 koolstofatomen op worden afgeschoten, het resultaat is steeds interferentie. Dat komt omdat deze objecten de dubbelspleet, in de vorm van een kwantumgolf met een zekere frequentie en golflengte, passeren op weg naar detectie. In beide spleten ontstaat er dan voor elk passerend object een eigen synchrone golfbron. Die synchrone golven die uit die twee spleten komen zullen op bepaalde plekken elkaar versterken of uitdoven. In de figuur 1 zullen de twee golven elkaar langs de stippellijnen versterken. De interpretatie van de kwantumgolf is dat daar de hoogste kans is dat het object bij meting wordt aangetroffen. Het resultaat op een scherm erachter is een patroon van lichte en donkere banden. Dat is niet het resultaat van één object. Om zo’n patroon te krijgen moet je wel minstens duizenden objecten, die allemaal dezelfde golflengte hebben, op de dubbelspleet afvuren. Zo’n patroon is het resultaat van interferentie.

Figuur 1 – Interferentie bij de dubbelspleet

Kijken bij de spleet

De golf gaat dus steeds door beide spleten. Gaan we nu observeren door welke van de twee spleten elk object gaat dan gebeurt er iets merkwaardigs. Elke golf past zich dan zodanig aan dat die nog maar door één van beide spleten gaat. De kans om het object dan bij meting in die spleet aan te treffen wordt ter plekke van die spleet blijkbaar 100%. Een golf die uit één spleet komt kan niet met zichzelf interfereren. In figuur 2 het resultaat als er gemeten wordt door welke spleet het object gaat. In figuur 2 gaat het object dus door de linker spleet. Maar de kans dat het door de rechter spleet had gegaan is vanzelfsprekend even groot. Er vertrekt nu maar per object één enkele golf uit een van beide spleten. Het resultaat op het scherm is nu een vage vlek in het midden achter de dubbelspleet omdat de afzonderlijke objecten afwisselend door maar één van beide spleten gaan. Eigenlijk twee vlekken dus die over elkaar heen liggen.

Figuur 2 – Kijken bij de spleet – geen interferentie

Verstrengelde fotonen met gezamenlijke informatie

Meten bij de spleet met fotonen wordt gedaan door eerst twee fotonen met elkaar te verstrengelen en er dan één, het signaalfoton, door de dubbelspleet te sturen. Dit experiment beschrijf ik in mijn boek in hoofdstuk 7. Het andere foton, de idler, bezit vanwege die verstrengeling informatie over de spleet waar het signaalfoton doorheen gaat. De idler bezit dus informatie over welke spleet gepasseerd wordt. Als die informatie verloren gaat dan is het resultaat interferentie als in figuur 1. Als die informatie niet verloren gaat is het resultaat een vage vlek als in figuur 2.

De kwantuminformatie wisser

Het al dan niet wissen van informatie wordt gedaan door het idler foton een halfdoorlatende spiegel te laten passeren. Passeren of reflecteren is een niet voorspelbaar kwantumproces met 50/50 kansverdeling. Bij passeren blijft de informatie behouden, bij reflecteren gaat de informatie verloren. In het eerste geval is het experimentele resultaat van de signaalfotonen inderdaad een vage vlek, in het tweede geval een duidelijk interferentiepatroon.

Tot zover is het een belangrijk en hopelijk nu beter begrijpelijk kwantum experiment. Het al dan niet wissen van informatie bepaalt het patroon dat op het scherm ontstaat. Het interessante is nu dat we de halfdoorlatende spiegel zover weg kunnen zetten dat het signaalfoton al lang en breed door de dubbelspleet is gegaan wanneer de idler de halfdoorlatende spiegel bereikt waar beslist wordt voor passeren (informatie behouden) of reflecteren (informatie wissen). Ook dan is het experimenteel gemeten effect dat het interferentiepatroon wel of niet verdwijnt als de informatie niet, respectievelijk wel, verloren gaat, ook al is dat pas in verstreken tijd nadat de golf van het signaalfoton de dubbelspleet al gepasseerd is en het interferentiepatroon dus al – gedeeltelijk – gevormd zou moeten zijn.

Figuur 3 – Tijdlijn van het twee fotonen experiment

Retrocausaliteit? Of een waarnemer effect?

Dit lijkt dus een effect met terugwerkende kracht in de tijd, retrocausaliteit. Zie de tijdlijn in figuur 3. Een andere interpretatie, waar ik de voorkeur aan geef, is dat de kwantumgolf van de fotonen verstrengeld raakt met de meetopstelling en dat de echte kwantumcollaps, de manifestatie van het gemeten object, pas plaats vindt wanneer de waarnemer de resultaten bekijkt. Zie figuur 3.

Gemiste kans?

Dit experiment, Random Delayed-Choice Quantum Eraser via Two-Photon Imaging, is uitgevoerd in 2007. De resultaten bevestigen de ogenschijnlijke retrocausaliteit. Wat ik echter niet in de beschrijving van het experiment gevonden heb is het idee om de informatie wissende halfdoorlatende spiegel zover weg te zetten dat het signaal foton al is gedetecteerd, en het interferentiepatroon of de vage vlek dus al zou bestaan, vóórdat de idler de spiegel passeert. Dat zou nog sterker aantonen dat het uiteindelijk om de waarnemer gaat en dat het niet een effect is van de meetopstelling. Een gemiste kans.

Oorzaak, gevolg en tijd worden daarmee iets dat de waarnemer creëert.

Ik hoop hiermee de cryptische tekst aan het begin zodanig uitgelegd te hebben dat die een stuk begrijpelijker wordt. Op- en aanmerkingen zijn welkom.

Wat is informatie? Wat is observatie?

Als reactie op de vraag van een lezer.

Dat is de grote vraag binnen de kwantumfysica: Wat betekent het als er geobserveerd wordt? wat is informatie? Het lijken zulke eenvoudige woorden die iedereen gebruikt en begrijpt maar blijkbaar is het dat niet.


Wat mij betreft is alles wat mijn bewustzijn binnenkomt als ervaring een observatie. Of ik dat nu rechtstreeks met mijn fysieke zintuigen doe of dat ik een gigantisch instrument als de Large Hadron Collider in Geneve gebruik voor mijn metingen. In beide gevallen krijg ik informatie over de wereld. En uiteindelijk altijd via mijn zintuigen. Pas als die informatie zich in mijn bewustzijn manifesteert kan ik zeggen dat ik informatie heb gekregen en dat ik begrijp wat die betekent. Tegelijk is er dan historie vastgelegd, en tijd.


In het geval van het beschreven experiment zal de informatie over het resultaat opgeslagen worden in een computer. Dat wordt door een programma bewerkt zodat het op een beeldscherm getoond kan worden. De experimentator ziet op zijn beeldscherm het resultaat. Maar het kan natuurlijk ook eerst afgedrukt worden op papier waarna de experimentator het papier bekijkt. Pas op dat moment komt de informatie binnen in zijn bewustzijn.

Wanneer gaat informatie onherroepelijk verloren?


Wat betekent het nu wanneer we zeggen dat de informatie verloren gaat? Als die informatie al geobserveerd is dan is die wat mij betreft niet verloren gegaan, al is de informatie daarna van de harde schijf gewist. In dit soort experimenten is het een vereiste voor het resultaat dat de informatie, die zich op dat moment nog in de verstrengelde ongemanifesteerde kwantumgolf bevindt, dermate onherroepelijk verloren gaat, dat de kans dat die ooit nog een waarnemer kan bereiken absoluut nul is.


In alle experimenten, die ik erover gelezen heb, gaat de informatie verloren vóórdat de kwantumgolf de detector kan bereiken. Daar is een halfdoorlatende spiegel heel geschikt voor. Alleen bij passeren bereikt die de detector. Reflectie betekent dat de informatie, al zat die nog in de kwantumgolf, verloren gaat. De informatie kan nooit meer de waarnemer bereiken. Als de golf daarentegen de halfdoorlatende spiegel wel passeert zit die informatie nog in die verstrengelde golf. Die bereikt de detector die in feite ook bestaat uit een complex van kwantumgolven. De detector en de kwantumgolf raken verstrengeld. Die verstrengeling strekt zich vervolgens uit tot de computer waarmee de detector verbonden is en eindigt pas bij de observatie door de experimentator. Dan pas is de informatie die in de kwantumgolf zat het bewustzijn binnengekomen als ervaring van de wereld. Dat is het projectiepostulaat van John van Neumann dat ik nog steeds de meest aannemelijke verklaring vind van de zogenaamde kwantumcollaps.


Maar als het nu gaat om de informatie die uiteindelijk de waarnemer bereikt dan kan het onherroepelijk vernietigen natuurlijk ook gedaan worden door er voor te zorgen dat die niet op de harde schijf van de computer terecht komt. Of onmiddelijk weer onherstelbaar gewist wordt. Dat lijkt me ook nogal onherroepelijk. Ik beschrijf zo’n experiment in mijn boek Hoofdstuk 13, Falsifieerbaarheid van het bewustzijnsmodel, paragraaf ‘Aangepaste kwantumwisser’.

The idea of the World, volgens Bernardo Kastrup

After we came out of the church, we stood talking for some time together of Bishop Berkeley’ ingenious sophistry to prove the nonexistence of matter, and that everything in the universe is merely ideal. I observed, that though we are satisfied his doctrine is not true, it is impossible to refute it. I never shall forget the alacrity with which Johnson answered, striking his foot with mighty force against a large stone, till he rebounded from it – ‘I refute it thus.’

James Boswell: The Life of Samuel Johnson

Kastrup’s boek is niet echt gemakkelijk lezen. Elke zin moet uitgepakt worden als een zipfile. Je moet echt een aantal begrippen uit de filosofie paraat hebben. Zijn redeneringen zijn dan echter glashelder en het is niet gemakkelijk om er nog iets tussen te krijgen. Het is mijns inziens de moeite waard om hier zijn argumenten te bespreken die verrassend dicht tegen mijn visie op de betekenis van de kwantumfysica voor een interpretatie van de wereld aan liggen. Diezelfde visie vindt u aan het eind van mijn boek. Daar aangekomen breek ik een lans voor het idee van een kosmisch bewustzijn dat zich dit universum met ons erin ‘droomt’, net zoals wij in onze slaap complete werelden kunnen dromen die in de droomtoestand doorgaans als ‘echt’ ervaren worden. Als ik Kastrup’s boek vergelijk met dat van mij, dan pel ik langzaam alle lagen weg van de manier waarop ons geleerd is dat de werkelijkheid in elkaar zou zitten, om uiteindelijk bij Idealisme aan te komen. Kastrup gaat rechtstreeks naar de kern van de zaak, Idealisme, vertrekt daarvan en argumenteert vervolgens waarom dat een beter en vruchtbaarder beeld van de werkelijkheid is dan Fysicalisme.

Dat idee van een dromend kosmisch bewustzijn is identiek aan het Idealisme van bisschop Berkeley. Kastrup betoogt dat dat Idealisme de beste verklaring levert, met de minste ontologische aannames, voor een groot aantal fenomenen waarvoor het Fysicalisme geen enkele verklaring weet te leveren. Er zijn ook fenomenen die zelfs in tegenspraak zijn met die opvatting van de wereld.

Elke interpretatie van de wereld, zowel Idealisme als Fysicalisme, stoelt uiteindelijk op een aantal metafysische aannamen die niet bewezen kunnen worden. Hoe minder hoe beter lijkt daarbij een goed uitgangspunt voor een verstandige keuze tussen die twee. Laten we voor beide systemen de voor en tegens eens op een rijtje zetten en er meteen bij zetten of we op een of andere manier zeker kunnen weten of het uitgangspunt wel of niet klopt en of dit in overeenstemming is met experimentele bevindingen.

Fysicalisme, de problemen

De wereld bestaat volgens Fysicalisme objectief en permanent. Er is alleen materie. Alles heeft uiteindelijk een materiële oorzaak. Ons bewustzijn is een product van de materie, een emergent epifenomeen. Maar hoe kunnen we dat idee eigenlijk hard aantonen? Bedenk dat de wereld zich zonder uitzondering aan ons voordoet als ervaringen die in ons bewustzijn verschijnen. Pas als ze in ons bewustzijn verschijnen zijn die ervaringen voor ons werkelijk. Ervaringen die in ons bewustzijn verschijnen zijn de enige fenomenen waarvan we ondubbelzinnig kunnen zeggen dat ze werkelijk zijn. We kunnen er ons echter op geen enkele manier van verzekeren dat de bron van onze ervaring objectief en fysiek bestond voordat ze als ervaring in ons bewustzijn is verschenen.

De ervaring van Samuel Johnson van zijn voet tegen de grote steen is een ervaring binnen zijn bewustzijn. Niet erbuiten. Het bewijst dus niets. Het feit dat we het er met andere mensen over eens zijn dat iets zich in de wereld voordoet lijkt een argument voor het objectieve fysieke bestaan ervan maar is uiteindelijk ook een ervaring binnen ons bewustzijn en bewijst dus niet het objectieve bestaan ervan. In een droom kan iemand mij ook bevestigen dat hij eveneens ziet wat ik zie. Toch blijkt die bevestiging bij het wakker worden waardeloos.

Fysicalisme en de kwantumfysica

Fysicalisme moet logischerwijs volgens zijn materiële uitgangspunt aannemen dat bewustzijn een product van de materie is want er is alleen materie. Bewustzijn als emergent fenomeen van de hersens biedt echter geen verklaring voor de ontdekkingen in de kwantumfysica dat de waarneming de uitslag van de waarneming beïnvloedt. Zelfs terug in de tijd. Dat zijn de onontkoombare conclusies van de zogenaamde uitgestelde keus experimenten, zoals die van Scarcelli, Zhou en Shih in 2007. Voor een uitgebreide beschrijving daarvan verwijs ik naar mijn boek, hoofdstuk 7, Uitgestelde kwantumwisser vs. 2007. Een beeld van een universum met alleen materie biedt hier geen enkele verklaring voor het feit dat de detectie van de spleet die gepasseerd moet zijn terug in de tijd werkt. Dat is omdat de oorsprong van het effect dat de interferentie verdwijnt – het verschijnen van het foton in een van de spleten – vóór het moment van detectie plaats gevonden moet hebben.

delayed choice quantum eraser timeline

En dat is beslist niet het enige experiment waar het Fysicalisme niet in staat is tot een verklaring. Alle Bell experimenten tot nog toe hebben met toenemende betrouwbaarheid aangetoond dat de meting aan deeltje A – al is de locatie van die meting nog zo ver verwijderd van die van de meting aan deeltje B – de uitslag van de meting aan deeltje B vastlegt en dat vóór de meting aan deeltje A de toestand van A noch B bestond. Je kunt dan niet met goed fatsoen zeggen dat de deeltjes al wel bestonden, maar dan wel zonder hun eigenschappen. Ik spreek hier daarom expres van metingen en niet van uit elkaar vliegende deeltjes aangezien we niet kunnen spreken van een eigenschapsloos bestaan van een deeltje vóór de meting. Iets dat bestaat heeft per definitie eigenschappen, toch? Fysicalisme biedt hier geen oplossing.

Daarbovenop is het verschijnen van het deeltje in het meetinstrument dat onmiddellijk daarvoor nog een coherente waarschijnlijkheidsgolf was, nog steeds een onopgelost raadsel waarvoor nog steeds een werkelijk fundamentele verklaring niet gevonden is vanuit het Fysicalisme. Decoherentie biedt geen verklaring maar is alleen een andere naam voor dit verschijnsel. Het verklaart niets. Het verklaart overigens ook niet hoe een niet-fysieke waarschijnlijkheidsgolf coherent blijft. Coherentie – samenhang – is een verschijnsel dat bij uitstek fysiek verklaard wordt. Hoe waarschijnlijkheden – getallen – een samenhangende golf kunnen zijn is nog steeds niet verklaard.

Fysicalisme houdt ook niet-contextualiteit in. Dat wil zeggen dat de uitslag van een waarneming niet mag afhangen van de manier waarop andere tegelijkertijd uitgevoerde waarnemingen gedaan worden. Ook dat wordt tegengesproken door de Bell experimenten. In dat kader is er in 2019 een experiment gedaan waarvan de voorlopige uitslag ook weer is dan niet-contextualiteit geschonden lijkt te worden. Ik verwijs naar mijn bericht: ‘Het consensus probleem in de kwantumfysica’.

Los van deze fysische experimenten zijn er talloze verschijnselen in de wereld die niet goed of volstrekt niet met het Fysicalisme te verklaren zijn. Die worden dan ook vaak onmogelijk geacht en geschreven op conto van fantasie, illusie, bedrog, ondeugdelijk onderzoek, anekdotisch en wat die meer zij. De nabij-de-dood-ervaring (NDE) is hier een goed voorbeeld van, dat overigens uitstekend te verklaren valt met Idealisme, sterker nog, het voorspelt het.

Idealisme, de bezwaren

Idealisme zegt dit: er is alleen een universeel bewustzijn waarin de werkelijkheid zoals wij die ervaren zich afspeelt op dezelfde manier als wanneer wij dromen. Binnen het bewustzijn dus. De materialiteit en de permanentie van de waargenomen wereld is een illusie. Kastrup somt de belangrijkste tegenwerpingen op:

  1. De ervaren concreetheid van de wereld.
  2. Het persoonlijke privé bewustzijn.
  3. Bestaat alleen de waargenomen werkelijkheid?
  4. Mijn bewustzijn is niet in staat om de waargenomen werkelijkheid aan te passen.
  5. Als de wereld een droom is hoe komt het dat wij die met elkaar delen?
  6. Wat is de oorsprong van de wetten van de natuur?
  7. Dat fenomenen zich buiten onze persoonlijke psyche afspelen wordt evengoed verklaard met Fysicalisme. Waarom dan een andere verklaring?
  8. Hoe komt het dat wat er zich in onze psyche afspeelt correleert met de waarneembare processen in ons brein?
  9. Hoe komt het dat, kort voordat wij een beslissing nemen, de hersenactiviteit al toeneemt? (Libet)
  10. Waar is dat niet-materieel bewustzijn wanneer we bewusteloos zijn?
  11. Is Idealisme niet hetzelfde als solipsisme?
  12. Hoe kwam de Big Bang tot stand zonder bewustzijn?
  13. Als ik naar het universum kijk dan zie ik daar geen bewustzijn.

Het gaat te ver om hier op al die tegenwerpingen in te gaan. Ik verwijs daarvoor naar het boek van Kastrup, deel III: Refuting objections. Maar op punt 1 t/m 4 ga ik hier in:

  1. Ook de concreetheid van de wereld is uiteindelijk een ervaring binnen het bewustzijn. Een goede definitie van bewustzijn is ‘Dat wat ervaart’. Volgens die definitie is er geen enkele manier om de objectieve wereld te ervaren zonder dat het bewustzijn daarbij betrokken is.
  2. Dat we allemaal een persoonlijk privé bewustzijn ervaren is volstrekt mogelijk als elk privé bewustzijn een zelfstandig functionerend onderdeel (subroutine) van het universele bewustzijn is, maar dat slechts in zeer beperkte mate met dat universele bewustzijn kan communiceren.
    • Een technisch voorbeeld: Virtuele computers binnen computers. De virtuele computer heeft geen rechtstreekse verbinding met de hardware en kan die ook niet direct aansturen. Ik heb zelf een volledig functionele -– en legale – Windows 10 draaien in een virtuele omgeving op een Apple computer.
    • Een menselijk voorbeeld: Dissociatieve Identiteitsstoornis (DID – voorheen MPS). In één persoon kunnen meerdere persoonlijkheden huizen. Een uitstekend voorbeeld is het geval van een vrouw die zowel blinde als ziende persoonlijkheden heeft. Als de blinde persoonlijkheid naar voren is gekomen dan zijn aantoonbaar de visuele hersencentra niet meer actief. Die worden actief als een niet-blinde persoonlijkheid naar voren treedt. Lees: ‘Sight and blindness in the same person: Gating in the visual system’.
  3. Dat de maan alleen bestaat als ik ernaar kijk, dat kan toch niet? Wat bedoelen we met ‘de maan bestaat’? Als ik naar de maan kijk dan zie ik die doordat zich een aantal fotonen op mijn netvlies manifesteren. Dat zijn niet dezelfde fotonen die een ander ziet. Die ander die samen met mij constateert dat de maan aan de hemel staat ontvangt zijn eigen fotonen, niet de mijne. Op het moment dat dat nodig is binnen mijn ervaringen zal het universele bewustzijn ervoor zorgen dat ik de juiste fotonen ontvang conform het beeld van de wereld dat dat universele bewustzijn voortdurend creëert en volgens patronen die wij herkennen als wetten van de natuur. Denk aan een VR-bril, als ik die opzet en om me heen kijk (mijn hoofd beweeg) projecteert de VR het overeenkomstige beeld. Het beeld dat overeenkomt met dat wat zich achter mij zou moeten bevinden wordt nog niet in de bril geprojecteerd, bestaat (nog) niet.
  4. Als bewustzijn de wereld creëert, waarom kan ik dan met mijn gedachten de wereld niet naar mijn wens creëren? Het eenvoudigste antwoord daarop is dat ik – dat wat ik momenteel als ik ervaar – een afgesplitst deel ben van het universele bewustzijn. Ik ben een geval van DID dus. Dat afgesplitste fragment dat ik ben, is niet in staat om het totaalplaatje van de wereld te beïnvloeden met een actie van de wil. Dat is afgeschermd. Overigens is het in talloze parapsychologische experimenten aangetoond dat de geest de werkelijkheid wel degelijk beïnvloedt. Er zijn NDE’s gerapporteerd die bevestigen dat de van het fysieke lichaam bevrijde geest uitstekend in staat is om elke ervaring te creëren die het zich maar voorstelt. Een goed voorbeeld is de NDE van Nancy L. Danison waar ze zich in haar lichaamloze toestand, terwijl haar lichaam op dat moment levenloos in een stoel in een ziekenhuiskamer zat, bedacht dat ze toch eigenlijk in een ziekenhuis was en het volgende moment met een verpleegster naast haar door een volledig werkelijkheidsgetrouwe ziekenhuisgang liep – totdat ze aan iets anders dacht.

Voor de overige punten verwijs ik verder naar Kastrup’s boek. Ik kan u wel zeggen dat hij op overtuigende wijze afrekent met al die bezwaren.

Idealisme tegenover Fysicalisme

Idealisme doet metafysische aannames. Daar kom je niet onderuit. Volgens Kastrup:

  • Universeel bewustzijn is primair. Het is de grond van alles.
  • Universeel bewustzijn moet de eigenschap hebben van zelf-excitatie, zoals bij een snaar die spontaan in een toestand van trilling komt.
  • Die zelf-excitatie moet de oorsprong zijn van elke ervaring.

Verdedigers van Fysicalisme brengen vaak – in de geest van Samuel Johnson – naar voren dat voor Fysicalisme geen metafysische aannames gedaan hoeven te worden. Alles is al voorhanden. Niets is minder waar. Waar komen de fysische wetten vandaan? Hoe komt het dat de materie zich volgens mathematische wetten gedraagt?

Kwantumfysische verschijnselen worden door fysicalisten verklaard met de aanname van het kwantumveld. Dat is een veld van potentie dat het hele universum doordringt, dat op elk punt voortdurend actief is met virtuele deeltjes die uit het niets verschijnen en weer razendsnel in dat niets verdwijnen tenzij het – onvoorspelbaar – verandert in een niet-virtueel – waarneembaar – deeltje. Dus:

  • Het kwantumveld is primair, het is de grond van alles.
  • Het kwantumveld heeft de eigenschap van zelf-excitatie. Het produceert voortdurend virtuele deeltjes die objectief reëel kunnen worden.
  • Die zelf-excitatie is de bron van elke waarneming.

Kortom, wat is in deze de meest spaarzame hypothese denkend aan de fenomenen die het Fysicalisme niet kan verklaren?

Niets dan voordelen

Als je er even over nadenkt dan blijkt Idealisme uitstekende verklaringen te bieden voor een aantal verschijnselen waar Fysicalisme het spoor bijster raakt:

  • De NDE
  • De verrassende geschiktheid van de wiskunde om de fenomenen in de wereld te beschrijven terwijl wiskunde bij uitstek een product van de geest is.
  • Het feit dat ruimte en tijd afhankelijk zijn van de positie van de waarnemer. Dat ruimte gekromd kan zijn. Dat wijst er op dat ruimte en tijd een product van de geest zijn.
  • Synchroniciteit. Gebeurtenissen die geen causale samenhang hebben maar wel een gemeenschappelijke betekenis voor degene die de synchroniciteit ervaart. Het stoppen van klokken op het moment van overlijden van een familielid is er zo een die best vaak voorkomt.
  • De verrassende precisie waarmee de fysische constanten op elkaar afgestemd zijn zodat leven mogelijk is. Een minieme afwijking daarvan zou al resulteren in een universum zonder enig leven zoals wij dat kennen.
  • De kwantumcoherentie in levende systemen die veel langer blijft bestaan dan mogelijk wordt geacht.
  • De kwantumefficiency van metabolische processen.
  • Etc.

Tenslotte. Idealisme biedt ook een aanzienlijk hoopvollere boodschap dan Fysicalisme. Het einde van het fysieke lichaam is niet het einde van het bewustzijn. Het universum is verre van zinloos.

Denken is verrukkelijk

Een prachtige beschrijving van twee intens bij de opkomst van de moderne fysica betrokken mensen.

Op deze website houd ik me eigenlijk bezig met wat ik wil vertellen over kwantumfysica en bewustzijn, niet zozeer met de bijbehorende mensenlevens en carrières in de wetenschap. Maar niet omdat ze in dat kader niet interessant zouden zijn. Integendeel. Daarom wil ik dit boek graag onder de aandacht brengen.

Margriet van der Heijden heeft een prachtig en aangrijpend boek opgeleverd. Zij is deeltjesfysicus en wetenschapsjournalist en geeft les aan het Amsterdam University College. Het levenspad van Tatiana Afanassjewa en Paul Ehrenfest zoals zij dat beschrijft is intensief verbonden met de ontwikkeling van de natuurkunde in de eerste helft van de vorige eeuw en met haar ontwikkelaars. De thermodynamica, ontdekking van het kwantum van energie door Planck, het vreemde gedrag van de materie op atomaire schaal, de relativiteitstheorie. Het komt allemaal langs waarbij duidelijk wordt dat het allemaal mensenwerk is, dat is verricht in af en toe uiterst roerige en levens ontwrichtende omstandigheden. Een verbazingwekkende prestatie.

Het is bijzonder om kennis te maken met al die wetenschappers in hun ontwikkeling, Planck, Heisenberg, Schrödinger, Bohr, Einstein om maar een paar van de vele namen op te noemen, terwijl ze de verbijsterende puzzels van de kwantumfysica, ruimte en tijd proberen op te lossen. Het wordt duidelijk dat Tatiana en Paul daarin een belangrijke, verbindende en kritische rol gespeeld hebben. Tussen 1912 en 1933 waren ze in Leiden een uiterst belangrijke en energieke verbindingsschakel tussen al die fysici. De handtekeningenmuur in hun huis in Leiden met de handtekeningen van vele Nobelprijswinnaars daartussen is daar een belangrijke getuige van. En al lezend krijgen we intussen ook een goed begrijpelijke uitleg over de de vraagstukken in de fysica die in die tijd aan de orde waren.

Handtekeningenmuur huize Ehrenfest. Zoek de Nobelprijswinnaars.

Opmerkelijk: In de Wikipedia pagina over het Ehrenfesthuis staat ‘Daar Ehrenfest geen professoraat in Petersburg kon krijgen door het voor joden intolerante regime maar door bemoeienis van Einstein en zijn Leidse vrienden hier hoogleraar was geworden, is het huis met recht, zoals het dispuut Huygens memoreert, een monument voor de vrijheid van meningsuiting in Holland’. Geen woord over het feit dat Tatiana een afgestudeerd wiskundige was, op minstens gelijkwaardig niveau als haar man Paul, en in datzelfde Holland niet mocht werken als getrouwde vrouw. Verder meldt Margriet van de Heijden mij nog het volgende ten aanzien van de gesuggereerde bemoeienis van Einstein: ‘Ik heb nergens aanwijzingen kunnen vinden dat Einstein zich bemoeid heeft met de benoeming van Ehrenfest in Leiden; niet in het Ehrenfest-archief, maar ook niet in de archieven van het Einstein Papers Project. Ik heb dit punt ook met bijvoorbeeld Anne Kox, Frits Berends en Diana Kormos besproken, allemaal geleerden die zich er in meerdere of mindere mate in verdiept hebben, en zij hebben evenmin ooit een aanwijzing daarvoor gevonden. Wel lijkt het erop dat anderen, niet per se met zuivere motieven, in de jaren na de benoeming gesuggereerd hebben dat er ‘vriendjespolitiek’ in het spel zou zijn geweest‘. Zo zie je maar weer. Wikipedia is niet echt de betrouwbare bron waar het nogal eens voor gehouden wordt.

Dus voor mensen die ook geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de fysica, de fysici en de aanpalende ontwikkelingen in de wiskunde is dit boek een grote aanrader.

Kijktip: Dood aan het dataïsme

VPRO Tegenlicht
NPO 2, Zondag 24 januari 22.10-23.05 uur

Volgens mij een echte kijktip voor lezers van mijn nieuwsbrieven en iedereen die geïnteresseerd is in hoe de werkelijkheid nu echt in elkaar zit en hoe onze geest werkt. Lees vooral het artikel van Hans van Wetering in de VPRO gids 4 – 23 t/m 29 januari . Ook als je geen VPRO lid bent, kun je waarschijnlijk het artikel gratis lezen. Maar voor alle zekerheid zal ik hier ook mijn redenen beschrijven om de uitzending aan te bevelen.

Uit het artikel in de gids:

Regisseur Hans Busstra gaat in Technologie als religie op zoek naar zingeving in de wereld van de moderne technologie, en stuit daarbij op het dataïsme. ‘Het is volgens mij gewoon onzin.’

Wat is dataïsme?

Dat is het idee dat het menselijk brein niet fundamenteel anders is dan een computer. Dat houdt in dat je geest niet meer is dan een verzameling bits en een algoritme dat die bits verwerkt. Je zou je geest volgens die visie ook kunnen uploaden naar de harde schijf van een computer. Een soort onsterfelijkheid, zolang de computer blijft functioneren.

Recreating the Human Mind in a Computer

of deze Ted-talk:

How close are we to uploading our minds? – Michael S.A. Graziano
321.870 weergaven•28 okt. 2019

Klinkt bovenstaande gek? Er zijn mensen die dit serieus geloven. In mijn opinie wordt de mens – en zijn omgeving – daarmee ontdaan van elke echte zin en is de weg vrij voor liefdeloze uitbuiting. De dood en de angst daarvoor zijn daarmee echter niet uitgebannen. Ik vermoed eerder dat hiermee een uitweg wordt gezocht uit de onontkoombaarheid van het einde van je lichaam en daarmee voor deze gelovers het einde van hun geest. Zoals Busstra merkt brengt het dataïsme vreug nog troost. Volgens hem onzin dus.

Busstra merkt terecht op dat dataïsme en de materialistische metafysica – zoals die algemeen beleden wordt – nauw verwant zijn. Beide zijn niet meer dan een geloof.

Kosmisch bewustzijn

Zoals Bernardo Kastrup ons wil zeggen: Materialism is Baloney

Busstra is uiteindelijk veel meer gaan voelen voor de ideeën van Kastrup. En die komen behoorlijk overeen met de conclusie die ik in mijn boek trek. Er is één kosmisch bewustzijn, wij – de multiple personality fragmenten ervan – zijn de spelers en de belevers in het grote verhaal dat dat kosmische bewustzijn bedenkt.

En ik weet zeker dat die rol die ik speel niet afgelopen zal zijn met het einde van mijn fysieke lichaam.

Ik ben heel benieuwd wat Busstra er van maakt.

De uitzending is te bekijken via NPO start: Technologie als religie

Quantum Physics is NOT Weird. On the Contrary.

De vertaling van mijn boek is gedaan. De Engelse versie, die niet alleen een vertaling is maar ook een verbetering en een uitbreiding met consilience, is afgelopen weekend als Ebook gepubliceerd. Het is de bedoeling dat die buiten Nederland ook te koop is maar in elk geval staat het Ebook al bij Bol.com in de etalage.

Agenda 2021

De eerste cursussen – verdieping kwantumfysica, tijd & licht – zijn al gepland in 2021. Bekijk de cursus agenda hier. De cursussen bij de Volksuniversiteit Den Haag zijn in principe klassikaal, dus op lokatie in Den Haag, maar het is ook mogelijk deze online te volgen.

Elke keer dat er een cursus bekend is zal die in de agenda geplaatst worden en via een nieuwsbrief bericht bekend gemaakt worden.