Kijktip: Dood aan het dataïsme

VPRO Tegenlicht
NPO 2, Zondag 24 januari 22.10-23.05 uur

Volgens mij een echte kijktip voor lezers van mijn nieuwsbrieven en iedereen die geïnteresseerd is in hoe de werkelijkheid nu echt in elkaar zit en hoe onze geest werkt. Lees vooral het artikel van Hans van Wetering in de VPRO gids 4 – 23 t/m 29 januari . Ook als je geen VPRO lid bent, kun je waarschijnlijk het artikel gratis lezen. Maar voor alle zekerheid zal ik hier ook mijn redenen beschrijven om de uitzending aan te bevelen.

Uit het artikel in de gids:

Regisseur Hans Busstra gaat in Technologie als religie op zoek naar zingeving in de wereld van de moderne technologie, en stuit daarbij op het dataïsme. ‘Het is volgens mij gewoon onzin.’

Wat is dataïsme?

Dat is het idee dat het menselijk brein niet fundamenteel anders is dan een computer. Dat houdt in dat je geest niet meer is dan een verzameling bits en een algoritme dat die bits verwerkt. Je zou je geest volgens die visie ook kunnen uploaden naar de harde schijf van een computer. Een soort onsterfelijkheid, zolang de computer blijft functioneren.

Recreating the Human Mind in a Computer

of deze Ted-talk:

How close are we to uploading our minds? – Michael S.A. Graziano
321.870 weergaven•28 okt. 2019

Klinkt bovenstaande gek? Er zijn mensen die dit serieus geloven. In mijn opinie wordt de mens – en zijn omgeving – daarmee ontdaan van elke echte zin en is de weg vrij voor liefdeloze uitbuiting. De dood en de angst daarvoor zijn daarmee echter niet uitgebannen. Ik vermoed eerder dat hiermee een uitweg wordt gezocht uit de onontkoombaarheid van het einde van je lichaam en daarmee voor deze gelovers het einde van hun geest. Zoals Busstra merkt brengt het dataïsme vreug nog troost. Volgens hem onzin dus.

Busstra merkt terecht op dat dataïsme en de materialistische metafysica – zoals die algemeen beleden wordt – nauw verwant zijn. Beide zijn niet meer dan een geloof.

Kosmisch bewustzijn

Zoals Bernardo Kastrup ons wil zeggen: Materialism is Baloney

Busstra is uiteindelijk veel meer gaan voelen voor de ideeën van Kastrup. En die komen behoorlijk overeen met de conclusie die ik in mijn boek trek. Er is één kosmisch bewustzijn, wij – de multiple personality fragmenten ervan – zijn de spelers en de belevers in het grote verhaal dat dat kosmische bewustzijn bedenkt.

En ik weet zeker dat die rol die ik speel niet afgelopen zal zijn met het einde van mijn fysieke lichaam.

Ik ben heel benieuwd wat Busstra er van maakt.

Quantum Physics is NOT Weird. On the Contrary.

De vertaling van mijn boek is gedaan. De Engelse versie, die niet alleen een vertaling is maar ook een verbetering en een uitbreiding met consilience, is afgelopen weekend als Ebook gepubliceerd. Het is de bedoeling dat die buiten Nederland ook te koop is maar in elk geval staat het Ebook al bij Bol.com in de etalage.

Agenda 2021

De eerste cursussen – verdieping kwantumfysica, tijd & licht – zijn al gepland in 2021. Bekijk de cursus agenda hier. De cursussen bij de Volksuniversiteit Den Haag zijn in principe klassikaal, dus op lokatie in Den Haag, maar het is ook mogelijk deze online te volgen.

Elke keer dat er een cursus bekend is zal die in de agenda geplaatst worden en via een nieuwsbrief bericht bekend gemaakt worden.

Het consensus probleem in de kwantumfysica

Is de werkelijkheid die wij ervaren een objectief feit? Kan het zijn dat ik een andere werkelijkheid ervaar dan mijn vrienden? Wie heeft er gelijk? Of allemaal? Denk eens aan tegenstrijdige getuigenverklaringen, iets dat regelmatig voorkomt in processen. Was die auto nu rood of blauw?

Wigners’s Friend

Een van de problemen bij de interpretatie van de kwantumfysica is het consensusprobleem. Nobelprijswinnaar Eugene Wigner heeft daar al op gewezen met zijn gedachte-experiment Wigner’s Friend.

In het gedachte-experiment van Wigner bevindt een persoon die we de vriend van Wigner zullen noemen, zich in een laboratorium. De vriend meet de toestand van een deeltje dat zich in een superpositie van twee toestanden bevindt, zeg 0 en 1. De meting laat de kwantumtoestand van het deeltje tot 0 of 1 instorten, de kwantumcollaps, en het resultaat wordt geregistreerd door de vriend.

Wigner staat zelf buiten het lab. Vanuit zijn perspectief blijven het laboratorium en zijn vriend – ervan uitgaande dat ze volledig geïsoleerd zijn van alle omgevingsinvloeden – kwantummechanisch samen evolueren. De kwantummechanica doet immers geen uitspraken over de grootte van het systeem waarop de theorie van toepassing is. In principe is het van toepassing op elementaire deeltjes, op de zon en de maan, en op mensen.

Als de kwantummechanica universeel toepasbaar is, betoogde Wigner, dan zijn zowel het deeltje als de vriend van Wigner nu verstrengeld en in een kwantumsuperpositie, hoewel de meting van de vriend ogenschijnlijk de superpositie van het deeltje al heeft doen instorten.

Wigner was oorspronkelijk van oordeel dat het bewustzijn van de waarnemer een belangrijke rol speelde in de kwantumcollaps, maar vanwege dit gedachte-experiment en de tegenstrijdigheden die dit opleverde is hij daarvan teruggekomen. De consensus die waarnemers over de waargenomen werkelijkheid hebben is hier namelijk verbroken. Iedere waarnemer neemt zijn eigen werkelijkheid waar. Voor Wigner was dit blijkbaar voldoende onaanvaardbaar om van zijn idee dat het bewustzijn van de waarnemer een rol speelde af te zien.

Alternatieve realiteiten?

Net als bij het theorema van Bell, dat een uitspraak kan doen over de geldigheid van de aanname dat de werkelijkheid permanent is en geregeerd wordt door de relativiteitswetten – de zogenaamde lokale verborgen variabelen hypothese – hebben onderzoekers van het  Center for Quantum Dynamics at Griffith University in Australia geconcludeerd dat het Wigner’s Friend experiment de mogelijkheid biedt om antwoord te geven op de vraag of kwantum manifestaties de – voor iedereen waarneembare en dezelfde – objectieve werkelijkheid zijn. Als dat niet zo blijkt te zijn, dan beleeft elke waarnemer zijn eigen alternatieve feiten, zoals blijkbaar Kellyanne Conway gelooft. Dan leeft Trump ook in zijn eigen alternatieve werkelijkheid waarin hij inderdaad van zijn rechtmatige meerderheid van stemmen is beroofd.

Alternative facts are real?

Eerlijk gezegd is dit experiment al uitgevoerd in 2019. Zie figuur. De dozen stellen het laboratorium voor met Wigner’s friend. Wigner staat naast de doos. Hierbij zijn wel de menselijke waarnemers vervangen door zogenaamde photonic memories. De onderzoekers zeggen zelf:

One might further be tempted to deny our photonic memories the status of “observer.” This, however, would require a convincing revision of our minimal definition of what qualifies as an observer, which typically comes at the cost of introducing new physics that is not described by standard quantum theory.

In dit Wigner’s Friend experiment werd, net als bij een Bell test, gekeken of er een ongelijkheid geschonden zou worden, de zogenaamde Clause-Horne-Shimony-Holt ongelijkheid. Voor de volledigheid:

S =〈A1B1〉+〈A1B0〉+〈A0B1〉-〈A0B0〉≤ 2

A0, A1, B0 en B1 zijn de resultaten van de metingen van de twee onafhankelijke onderzoekers, zeg Alice en Bob.

Er zijn drie voorwaarden voor deze ongelijkheid – V, L en O:

  • Vrije keus: Alice en Bob kunnen vrij kiezen wat ze zullen meten.
  • Localiteit: De keuzes van Alice en Bob beïnvloeden elkaars uitkomsten niet.
  • Waarnemer Onafhankelijke Feiten: Alle waarnemers kunnen hun uitkomsten met elkaar overeenstemmen.

Als deze ongelijkheid geschonden wordt dan is minstens één van bovenstaande aannamen over de werkelijkheid niet waar.

De ongelijkheid werd geschonden: S = 2,416 ± 0,075.

In de discussie presenteren de onderzoekers de nodige caveats. Het was niet mogelijk om in deze uitvoering alle mogelijke ‘achterdeurtjes’ (loopholes) te sluiten en, zijn “photonic memories” wel te beschouwen als waarnemers. Maar het resultaat is niettemin intrigerend. Als we het resultaat accepteren en aannemen dat V waar is, dan is het is dus ook waar dat er:

  • of geen waarnemer onafhankelijke feiten bestaan
  • of dat onze keuzes elkaars waarnemingen beïnvloeden.

Nu maar wachten op de resultaten van de Griffith University in Australië.

Als u mijn oplossing zou willen weten: Er is maar een bewustzijn. En daar zijn wij allemaal fragmenten van. Maar dan roept de uitslag van dit experiment nog steeds de vraag op of de fragmenten verschillende werkelijkheden kunnen waarnemen.

Is onze werkelijkheid een mathematische constructie?

As far as the laws of mathematics refer to reality, they are not certain, and as far as they are certain, they do not refer to reality. – Albert Einstein

How can it be that mathematics, being after all a product of human thought which is independent of experience, is so admirably appropriate to the objects of reality? – Albert Einstein

1905 – het einde van het biljartbal universum van Newton

De publicatie van Albert Einstein’s speciale relativiteitstheorie in 1905 had het einde moeten betekenen van het Newtoniaanse beeld van de werkelijkheid als een toneel opgebouwd uit permanente objecten. De net opkomende kwantumfysica zou dat beeld nog verder ondermijnen. Toch is dat einde blijkbaar nog niet echt algemeen doorgedrongen.

De speciale relativiteit is een speciaal geval van de algemene relativiteitstheorie – ook wel de gravitatietheorie genoemd. Die speciale relativiteit gaat over waarnemers die ten opzichte van elkaar eenparig – dat wil zeggen, zonder te versnellen of te vertragen – bewegen, waarbij de zwaartekracht geen rol speelt. Laten we Alice en Bob maar weer eens ten tonele voeren. Dat vertelt wat makkelijker. Elk van die twee zal zichzelf ervaren en beschouwen als in rust terwijl de ander beweegt. Elk zal constateren dat de klokken van de ander langzamer lopen dan zijn of haar eigen klokken en dat de meetlatten van de ander korter zijn dan zijn of haar eigen meetlatten. Dat effect neemt toe naarmate het verschil in snelheid groter wordt en wordt pas goed merkbaar als dat verschil in de buurt van de lichtsnelheid komt. Maar dat verschil is er in principe altijd. Als Bob langs de snelweg staat en Alice ziet langsrijden met 100 km/u zal voor Bob het klokje van Alice langzamer lopen en haar meetlat korter zijn geworden. Wat hem betreft is Alice ook iets zwaarder geworden. Maar Alice versnelt en vertraagt niet, beschouwt zichzelf als in rust in de auto, en ziet Bob langskomen met 100 km/u. Voor haar is juist Bob iets zwaarder geworden, loopt Bobs klok langzamer en is zijn meetlat korter.

Geen illusie?

De ruimte vervormt door de aanwezigheid van massa en volgens de algemene relativiteitstheorie ervaren wij die vervorming als zwaartekracht . Onderstaande afbeelding probeert dat effect – wat mijn voorstellingsvermogen betreft tevergeefs – te verduidelijken. De massa van de aarde vervormt de ruimte. Maar helaas hier als een tweedimensionaal vlak omdat we dat in drie dimensies niet weer kunnen geven. Maar mathematisch klopt het.

‘Die relativistische effecten zijn geen illusie’ verzekerde mij een docent fysica in een cursus in 2018, ‘Het is echt zo’. Relativistische effecten zijn inderdaad experimenteel veelvuldig bevestigd. In uw gps moet rekening gehouden worden met sneller lopende klokken – 38 μs/24u – in de satellieten. Denk ook aan deeltjesversnellers zoals de Large Hadron Collider in Geneve waar protonen met 99,996% van de lichtsnelheid in een ondergrondse tunnel met een diameter van 8,4858 km rondcirkelen om uiteindelijk op elkaar te botsen. Om die protonen in hun cirkelbaan te houden moet rekening gehouden worden de relativistische toename van hun massa.


CERN – Large Hadron Collider (LHC)

Echt?

Wat bedoelde de docent hier met ‘echt’? Dat het een gemeten effect is dus en daarom waar? In onze ‘echte’ ervaring is het blijkbaar zo dat massieve objecten die ten opzichte van ons bewegen een gedrag vertonen dat we niet kunnen rijmen met de manier waarop wij onze werkelijkheid begrijpen. Dat is een werkelijkheid die opgebouwd is uit tastbare massieve objecten die alleen vervormen als we daar krachten op uitoefenen. Maar die krachten zijn er niet in objecten die met constante snelheden ten opzichte van elkaar bewegen. Vergeet vooral niet dat die snelheden relatief ten opzichte van elkaar zijn. Vanuit het gezichtspunt van Bob is hij in rust maar vanuit Alice gezien beweegt hij met 100 km/u en zijn meetlatten zijn korter dan de hare. Kortom, dit is niet te vatten als we het idee van een objectieve wereld buiten ons die uit massieve materiële objecten bestaat willen handhaven én begrijpen.

9. At the same moment Agent X spots the steeple clock, leaps from his seat in disbelief and rushes to the car door to check the clock on the flatcar. Sure enough, it says 12:40, although the steeple clock reads 1:00. “Ye gods!” he shouts. ” That steeple clock must be wrong! It must be fast- or else it was set wrong! I know the train clock was correct back at the master time station.” The whole plan is in danger! In near- panic, X looks for the conductor to tell him that the world has gone mad; the clocks are all wrong. – The relativity express.

Werkelijkheid als een reflectie van het kosmisch bewustzijn

Relativistische effecten zijn daarentegen heel goed te begrijpen als wij onze waarnemingen gaan opvatten als projecties van de inhoud van de geest(*) . Die waarnemingen zijn de reflecties van de inhoud van het kosmisch bewustzijn in de spiegel van onze individuele geest. Dat ene kosmisch bewustzijn ziet zichzelf gereflecteerd in myriaden spiegeltjes. Die spiegeltjes zijn wij. Die gespiegelde inhoud gedraagt zich volgens mathematische wetten omdat de inhoud van het kosmische bewustzijn de bron is van de mathematische wetten. Ik ben zeker de enige niet die dit zegt. Dan beginnen we wellicht te begrijpen waarom wiskunde, een product van de geest, zo goed overeenkomt met de waargenomen werkelijkheid. De wiskunde en de werkelijkheid die wij ervaren, zijn beide producten van de geest(*). De werkelijkheid die wij in die spiegel zien is een mathematische constructie.

(*) Ik bedoel hier niet de individuele geest maar de geest waar wij allemaal een deel van zijn, het kosmisch bewustzijn.

Materiële oneindigheden?

Denk ook eens aan de zwarte gaten. Toen voor het eerst de mogelijkheid van zwarte gaten werd geopperd werd dat idee door verschillende fysici afgewezen. Die afwijzing was gebaseerd op het feit dat een zwart gat volgens de algemene relativiteit een singulier punt moest zijn, een wiskundige oneindigheid. Een punt zonder afmetingen waarin een enorme hoeveelheid massa zit. In een Newtoniaans universum dat bestaat uit een aftelbaar aantal materiële objecten kunnen geen oneindigheden voorkomen. Tegenwoordig worden zwarte gaten algemeen aanvaard als reëel bestaand. We hebben er zelfs een foto van. Maar de meeste mensen leven nog steeds in een materiële werkelijkheid die bestaat uit eindige aantallen massieve objecten.

The first image of a black hole, from the galaxy Messier 87. Credit: Event Horizon Telescope Collaboration, via National Science Foundation

De kwantumfysica en het meetprobleem

Dat de wereld een projectie is van de inhoud van het kosmisch bewustzijn is door mij ook voorgesteld in mijn boek als oplossing voor het meetprobleem in de kwantumfysica. Dat is, heel kort gezegd, het idee in de kwantumfysica dat elk object een coherente (**) niet-materiële kansgolf is, in principe onbegrensd uitgebreid in de ruimte, die abrupt eindigt in de materiële manifestatie van het object op het moment dat het gemeten wordt. Hoe de meting dat doet is in een puur materiële visie van het universum niet te verklaren. De waarneming is in de visie dat de wereld een projectie van de inhoud van het kosmisch bewustzijn is, vrijwel identiek geworden aan de creatie. Het materiële is net als de ervaring ervan ook een gedachte.

Lezen: Lothar SchäferInfinite Potential.

(**) Een golf is een onderling samenhangend (coherent) fenomeen. Hoe het kan dat de niet-materiële kansgolf van de kwantumfysica een dergelijke samenhang bezit is niet verklaarbaar vanuit de materiële visie.

Einstein en de maximumsnelheid

Einstein was geen voorstander van de fundamentele onzekerheid van de kwantumfysica. Het idee dat de werkelijkheid permanent en objectief was en dat de waarnemer geen rol van betekenis speelde heeft hij hardnekkig volgehouden. Toch speelt de waarnemer best een belangrijke rol in zijn bekendste werk, de relativiteitstheorie. Juist als je aanneemt dat de waarnemer het waargenomene ‘waar’ maakt en dus eigenlijk creëert dan biedt zijn aanpak van de relativiteit van ruimte en tijd een verrassende uitkomst.

Speciale relativiteit

De speciale relativiteitstheorie is heel goed te volgen met Pythagoras en een dosis middelbare school algebra. Maar dat ga ik hier nu niet doen. Daar is heel wat over te vinden op het internet. Lees daarvoor bijvoorbeeld: https://www.quantumuniverse.nl/relativiteit-6-tijdsdilatatie.

Een uiterst belangrijk uitgangspunt voor Einstein was dat het universum er in principe hetzelfde uit moet zien voor twee waarnemers die zich ten opzichte van elkaar bewegen. Uiteindelijk is dat een symmetrie overweging. Hij combineerde dat met het inzicht dat de waargenomen lichtsnelheid – in vacuüm – in alle omstandigheden hetzelfde moest zijn. Dat volgde uit de vergelijkingen van Maxwell voor elektromagnetische golven en was indirect bevestigd door de experimenten van Michelson en Morley die de snelheid waarmee de aarde door de veronderstelde ether snelde wilden vaststellen door verschillen in de snelheid van het licht in verschillende richtingen te meten. De uitkomst daarvan was dat ze geen verschillen in snelheid konden meten, hoe nauwkeurig hun experimentele opzet ook was geconstrueerd.

Meerijden op een lichtgolf

Daarbij kwam dat Einstein zich al jong had gerealiseerd dat je licht niet kunt inhalen of zelfs maar bijhouden. Als je licht zou kunnen bijhouden dan zou de elektromagnetische golf van Maxwell vanuit dat meebewegende standpunt gezien niet meer oscilleren maar er vanaf dat standpunt uitzien als een bevroren golf. Maar omdat de voortplanting van de golf juist wordt veroorzaakt én in stand wordt gehouden door de onophoudelijk oscillerende beweging ervan kon dat niet kloppen. Licht moet daarom voor elke waarnemer altijd met 300.000 km/s bewegen. Dat volgt onbetwist uit Maxwells vergelijkingen.

Einstein stelde zich nu twee waarnemers voor die zich ten opzichte van elkaar bewegen en die allebei dezelfde snelheid van het licht zouden moeten waarnemen. Stel je een lichtbron C voor die voor waarnemer Alice stilstaat. Alice ziet het licht van C met c = 300.000 km/s op haar af komen. Waarnemer Bob suist met grote snelheid, zeg 1/10 van c, op bron C af. Alice bedenkt nu dat het licht dat van C Bob tegemoet komt voor Bob dus met 11/10 van de lichtsnelheid moet bewegen. Ik hoop dat je de redenering van Alice kunt volgen. Probeer anders aan twee auto’s te denken die elkaar tegemoet rijden terwijl Alice langs de kant van de weg toekijkt. Auto met bestuurder Bob rijdt met 10 km/u en auto C rijdt met 100 km/u Bob en Alice tegemoet. Auto C staat hier voor het licht dat op Bob en Alice afkomt. Alice constateert (met radar) dat de snelheid van auto C 100 km/u is en ook dat Bob en auto C elkaar tegemoet snellen met 110 km/u. Stel nu dat Bob de snelheid van de tegemoetkomende auto C ten opzichte van hem ook als 100 km/u zou ervaren. Dat zou kunnen als het klokje van Bob met 10/11 van de snelheid van het horloge van Alice beweegt. En niet alleen het klokje van Bob maar ook Bobs volledige beleving van tijd zou vertraagd moeten worden opdat Bob de snelheid van auto C ook echt als 100 km/u beleeft. Bob gaat in dat geval wat trager leven. Wat Alice betreft wordt Bob nu ook langzamer ouder dan Alice.

Tijd vertraagt en ruimte krimpt

Terug naar het licht nu dat altijd door elke waarnemer wordt ervaren met een constante snelheid. Als Bob ten opzichte van Alice beweegt met 1/10 van de lichtsnelheid én Bob ziet het licht toch bewegen met 300.000 km/s dan kan dat als de tijd voor Bob vertraagt met 10/11. Bob ervaart dat niet zo omdat hijzelf in zijn vertraagde tijdcapsule zit.

Deze versimpelde inschatting van de tijdvertraging van Bob is niet 100% correct want er gebeurt ook wat met de meetlatten van Bob, maar het gaat er mij om dat je de manier van redeneren aanvoelt. Wil je dit helemaal goed doen dan komt daar zoals al gezegd wat algebra en Pythagoras aan te pas en wordt de tijdsdilatatie, het uitrekken van de tijd van Bob, beschreven met:

Tijdsdilatatie voor een klok A die beweegt met snelheid v ten opzichte van stilstaande klok B.

Hier is v de snelheid van Bob ten opzichte van Alice (of van Alice ten opzichte van Bob). Als je hier voor v 1/10 van de lichtsnelheid c invult dan blijkt het klokje van Bob 0,5 % langzamer te moeten lopen dan het klokje van Alice. Nu halen we het symmetrie principe dat Einstein toepaste erbij. Er is geen absolute snelheid, snelheid is altijd relatief. Bob, die zichzelf als stilstaand ervaart, ziet Alice zich met 1/10 van de lichtsnelheid van hem af bewegen. Dus Bob ziet het klokje van Alice ook met 0,5 % vertraagd.  Dit lijkt paradoxaal maar de theorie klopt en is talloze malen experimenteel bevestigd. Het gaat er om dat Bob en Alice hun klokken pas kunnen vergelijken als ze bij elkaar komen en daarvoor moet minstens een van hen omkeren en versnellen en vertragen. Dat doorbreekt de symmetrie.

Aan de bovenstaande tijdsdilatieformule kun je al zien dat de maximumsnelheid die in het universum geldt 300.000 km/s is. De term onder het wortelteken wordt negatief als v groter wordt dan c, wat de tijdsdilatatie imaginair zou maken. Dat is jammer want daarmee zijn niet-imaginaire uitstapjes naar zelfs de dichtstbijzijnde sterren voor ons onmogelijk geworden.

Vanuit Alice gezien worden Bobs meetlatten ook korter in de richting van de beweging. Voor volledigheid is daarom hier ook de formule voor het korter worden van snel bewegende meetlatten weergegeven, de zogenaamde Lorentzcontractie (L0 is de lengte van de stilstaande meetlat):

Lorenzcontractie van een meetlat L die met snelheid v beweegt ten opzichte van een stilstaande waarnemer. L0 is de lengte van de meetlat in rust.

Dat dit de gemoederen in de eerste helft van de 20e eeuw zeer bezighield hoeft geen betoog. Einstein vond dat de waarnemers in dit verhaal geen essentiële rol speelden. Ze konden volgens hem net zo goed weggedacht uit de vergelijkingen. Snel bewegende klokken zouden vanzelf langzamer lopen, snel bewegende meetlatten zouden korter worden zonder dat daar een waarnemer aan te pas hoefde te komen. Een dergelijke elasticiteit van ruimte en tijd en van de materiële objecten daarin was en is moeilijk te bevatten maar is steeds weer experimenteel bevestigd. Wij, de fysici, zijn er nu min of meer aan gewend geraakt maar echt begrijpen doen we het niet.

Einstein contra de kans-interpretatie van de kwantumfysica

Einstein heeft de kwantumfysica op de kaart gezet door zijn verklaring van het foto-elektrisch effect, waar hij de Nobelprijs voor ontving. Licht bestaat uit deeltjes met een energie per deeltje volgens de Planck-formule (ν staat hier voor de frequentie):

Wet van Planck: de energie van een stralingskwantum is evenredig met de frequentie ν

Maar daarna heeft hij vrijwel alleen maar tegen de kwantumfysica en vooral haar implicaties geageerd, tevergeefs. Vooral tegen de kans-interpretatie van Bohr, Heisenberg en Born: dat de toestandsgolf, de oplossing van de Schrödingervergelijking, de kans weergeeft dat het deeltje bij meting op een gegeven locatie en tijd wordt aangetroffen. Dat ging recht tegen Einsteins beeld van de wereld als een objectief permanent bestaande verzameling van materiële objecten in. Einsteins bezwaar is in die geest begrijpelijk want een kans is geen objectief materieel object, maar het is iets dat zich in onze geest afspeelt. Een gedachte.

En dat is nu precies mijn eigen beeld van hoe het universum werkt. Alles wat we ervaren speelt zich af in de geest. De waarneming van het gemeten deeltje wordt daarmee identiek aan de gedachte eraan. De ervaring is dan hetzelfde als de creatie ervan. Dat verklaart voor mij ook zo goed waarom de wetten van de natuurkunde zich gedragen volgens wiskundige formules. Dat is iets waar veel fysici, ook Einstein, hun verwondering over hebben uitgesproken. Waarnemers spelen dus juist een onmisbare rol in het universum, ze creëren het. De geest gebruikt wiskunde voor de creatie van het universum.

Tijd en ruimte zijn concepten van de geest.

Dat idee maakt zaken als de trager verstrijkende tijd, de krimpende meetlatten en de gekromde ruimte van de algemene relativiteit ineens veel begrijpelijker. In een droom kijken we daar ook niet echt van op. Er is geen echte objectieve tijd buiten ons die vertraagt, er is geen objectieve ruimte die krimpt, het speelt zich allemaal af in de geest van iedere waarnemer.

Science Fiction?

Dat geeft hoop voor de mogelijkheid van exploratie van de kosmos. De maximumsnelheid in het universum dat wij waarnemen, die van het licht, is dus iets dat de geest zich op dit moment zelf heeft opgelegd. Maar zodra we zouden kunnen aanvaarden dat tijd en ruimte zich binnen de geest afspeelt gaat de mogelijkheid open dat we die beperking zouden kunnen afleggen. Reizen binnen de geest is niet aan de relativiteitsbeperkingen gebonden. Dit is volgens mij ook de juiste interpretatie van verstrengeling en instantane werking over grote afstanden zoals door alle Bell testen steeds wordt bevestigd. Reizen door het universum door middel van de geest zou zelfs dé manier kunnen zijn, een die elders in dit onafzienbaar groot universum bestaande intelligente wezens hebben ontdekt om ondanks Einsteins snelheidslimiet door de kosmos te reizen. En ons te bezoeken.

Als een uitdovende vuurpijl

Dat het universum een creatie is van de geest geeft ook hoop voor wat betreft de entropie-dood van het universum die de fysica ons al anderhalve eeuw voorspelt. Al is dat dan in de onafzienbaar verre toekomst, het blijft een somber beeld. Waar is dat fantastische schouwspel eigenlijk allemaal voor geweest als dat het einde moet zijn? Maar als het universum het product van de creatieve geest is, dan is dat beslist geen noodzakelijk einde van alles. Integendeel.

Conclusie

Wat ik wil met dit verhaal wil zeggen is dat de kans groot is dat twee ogenschijnlijk onverenigbare theorieën heel goed samen te voegen zijn als we de rol van het bewustzijn er in gaan betrekken. En dat de begrijpelijkheid daardoor alleen maar zou toenemen.

Epicykels

Feynmandiagrammen

Feynmandiagrammen worden door de fysici gebruikt om de mogelijke interacties tussen elementaire deeltjes weer te geven.

Wikipedia: De lijnen stellen deeltjes voor die een zekere interactie met elkaar hebben. Wiskundige uitdrukkingen corresponderen met elke lijn en elk knooppunt. De waarschijnlijkheid dat bepaalde interacties plaatsvinden, kunnen berekend worden door de bijbehorende diagrammen te tekenen en deze te gebruiken om de juiste wiskundige expressie te vinden. Het zijn in principe boekhoudkundige gereedschappen met een eenvoudige visuele voorstelling van een wisselwerking van deeltjes.

Het is dus niet zo dat fysici denken dat die deeltjes gedurende hun leven al die tijd objectief bestaan en trajecten afleggen, dat is in tegenspraak met het golfaspect dat de kwantumfysica aan ze toekent. Ze nemen liever aan dat ze alle mogelijke paden ‘uitproberen’ waarna er bij meting altijd een gekozen wordt. Het diagram is alleen maar een manier om de mogelijke interacties visueel te maken. Maar de verleiding om dit als objectieve fysieke gebeurtenissen te zien is er natuurlijk altijd wel.

Een eenvoudig voorbeeld

Feynmandiagram met twee electronen en één foton voor de interactie.

Hierboven staat een van de eenvoudigste Feynmandiagrammen die je kunt tegenkomen op het internet. Verticaal is hier de tijd (t), horizontaal de plaats (x) weergegeven. Dit diagram geeft de eenvoudigste manier weer waarop twee elektronen elkaar kunnen beïnvloeden. Twee elektronen vliegen op elkaar af, stoten elkaar af op t0 en vliegen weer met dezelfde snelheid uit elkaar. Op het moment t0 wisselen ze een foton uit. Ze zijn dan op posities x1 en x2. Een foton bezit een zekere impuls, draagt die over en wisselt daarmee de impuls van beide elektronen uit. Na de uitwisseling vliegen de elektronen uit elkaar met dezelfde snelheid waarmee ze elkaar eerst naderden. Het is de vraag natuurlijk hoe elektronen ‘weten’ dat er andere elektronen in de buurt zijn zodat ze fotonen gaan uitwisselen. De uitwisseling, zoals hier weergegeven, is een instantaan proces, het pad van het foton loopt horizontaal op t0.

Het foton wisselt de impulsen uit

Hé, dat is merkwaardig, daarmee is de snelheid van het foton oneindig. Dat zal niet de bedoeling zijn van het diagram. Maar er is nog meer dat vragen oproept. De richting van het foton is hier niet aangegeven. Het foton zou van rechts naar links maar even goed van links naar rechts kunnen bewegen. De elektronen ondergaan door de uitwisseling van het foton allebei een impulsverandering. Impuls is de hoeveelheid beweging uitgedrukt in massa m maal snelheid v: p = mv. Het linker elektron ondergaat een snelheidsverandering Δv1. Daaruit volgt een impulsverandering Δp1= mΔv1, het rechter elektron idem dito: Δp2= mΔv2. De snelheidsveranderingen Δv1 enΔv2 zijn even groot en tegengesteld gericht: Δv1 = -Δv2. Dat betekent dat de totale impuls niet verandert: Δv1 + Δv2 = 0 dus Δp1 + Δp2 = 0. Dat is 100% in overeenstemming met een belangrijke wet in de fysica: De totale impuls van een gesloten systeem verandert niet.

De boekhouding klopt voor de impulsen

Het foton zorgt hier voor de overdracht van de impuls, een foton heeft namelijk een impuls volgens De Broglie: p=h/λ. Beide elektronen ondergaan een gelijke en tegengestelde impulsverandering die wordt overgebracht via het foton, of het foton nu naar links of naar rechts beweegt. Stel bijvoorbeeld dat het foton naar rechts beweegt. Het linker elektron ondergaat een impulsverandering Δp1= mΔv1 = h/λ, het rechter Δp2= mΔv2 = – h/λ. Dat laatste minteken komt omdat het foton zijn impuls verliest bij de interactie met het rechter elektron. Aangezien geldt: Δv1 = – Δv2 blijft de totale impuls Δp1 +Δp2 behouden. Als het foton in de omgekeerde richting gaat is het resultaat hetzelfde. Het maakt hier dus niet uit in welke richting het foton beweegt. Als het foton de lichtsnelheid heeft dan zullen de impulsveranderingen wel in tijd iets na elkaar liggen. Het uitzendende elektron verandert het eerst in tijd van impuls, het ontvangende elektron ietsje later. Maar dat is geen echt probleem. De boekhouding klopt.

Er zijn minstens twee fotonen nodig.

Maar hoe gaat het met de energie? Een foton transporteert namelijk ook energie als gevolg van zijn frequentie f: E=hf. Dat is de wet van Planck. Als het foton naar rechts beweegt moet het linker elektron een hoeveelheid bewegingsenergie verloren hebben omdat die het aan het wegvliegende foton heeft afgestaan: ΔE= – hf. Het linker elektron heeft daardoor snelheid verloren. Die energie krijgt het ontvangende rechter elektron er vervolgens bij als bewegingsenergie. Die heeft dus een hogere snelheid verkregen. En als het foton naar links zou bewegen verliest het rechter elektron bewegingsenergie die het linker elektron erbij krijgt. Dat kan niet kloppen. Beide scenario’s zijn in conflict met de elastische botsing van twee objecten en veroorzaken een asymmetrie in het verloop van de interactie. Als we hetzelfde als bij een elastische botsing willen bereiken moeten we twee gelijktijdige fotonen veronderstellen, één van links naar rechts en één van rechts naar links. Beide dragen energie en impuls over. Dan klopt de boekhouding weer. De som van de overgedragen impulsen is nul en er is in totaal geen overgedragen energie. Daar hebben we dan wel twee fotonen voor nodig. Op zich kan een Feynmandiagram op die manier aangevuld worden. Daar is geen enkel bezwaar tegen.

Feynmandiagram met twee electronen en twee fotonen.

Het kan eenvoudiger

Het verhaal met uitwisseling van fotonen wordt aanzienlijk moeilijker bij deeltjes die elkaar aantrekken. Is het nu eigenlijk niet eenvoudiger om een enkele interactie te veronderstellen waarbij de elektronen wel hun impuls uitwisselen maar geen energie? Een foton is volgens mij niets meer of minder dan de constatering van een energie-uitwisseling die plaatsgevonden moet hebben. De aanname dat het daarbij een fysiek deeltje zou moeten zijn is het resultaat van het beeld dat de klassieke fysica ons opdringt. Een foton kan dus ook beschouwd worden als de constatering van een impulsuitwisseling. Elders op deze website, en ook in mijn boek, heb ik uitgebreid beargumenteerd dat het foton niet fysiek bestaat en dus ook niet reist. Het foton is volgens mij een gereïficeerde abstractie.

Kwantumveldtheorie

In de kwantumveldtheorie wordt verondersteld dat een bewegend elektron, dat zolang het niet gemeten is een niet-fysieke kansgolf is, omringd wordt door een wolk virtuele (!) fotonen waarvan er dan twee in dit geval echte fotonen worden om voor de impulsuitwisseling zorg te dragen. Deze voorstelling van zaken vervangt het elektromagnetische veld idee van Maxwell. Een idee waar Maxwell al niet heel gelukkig mee was aangezien hij eigenschappen aan de lege ruimte moest toekennen. De kwantumveldtheorie vervangt nu dat elektromagnetische veld door grote hoeveelheden virtuele fotonen uit het niets te veronderstellen. Op die manier voorkom je het lastige idee dat elektronen elkaars nabijheid zouden ‘voelen’ en ‘op tijd’ beslissen om een impulsuitwisseling uit te voeren om daardoor weer van elkaar te gaan bewegen. Het objectieve elektromagnetische veld is dus vervangen door iets dat nog complexer is en uiteindelijk toch ook weer gebaseerd is op het veld-idee, een toestand van de lege ruimte, dit keer tjokvol met virtuele deeltjes. Deze kwantumveldtheorie levert wel zeer precieze voorspellingen op.

Dansen met kwantumvelden

Voor 1900 hadden we het biljartballenmodel van het universum. Daar is nu de kwantumveldtheorie voor in de plaats gekomen. Stel dat je hebt liggen piekeren over dat kwantumveld en die virtuele fotonen. Je valt in slaap en je droomt. Je staat in danstenue op een enorm uitgestrekte spiegelgladde dansvloer waar je de muren niet van ziet. Overal bewegen zich andere dansers, het krioelt door elkaar op sommige plekken. Op andere wat stillere plekken staat er een rustig een pirouette te draaien. Het is zo glad dat je met geen mogelijkheid van je plaats komt. Hoe doen die anderen dat? Dan merk je op dat er voortdurend biljartballen in je buurt verschijnen en weer verdwijnen. Hoe groter de bal, hoe zwaarder en hoe sneller die weer verdwijnt. De kleinere en lichtere blijven wat langer bestaan maar verdwijnen tenslotte ook. Je wilt dansen en je kijkt uit naar een partner. Dan zie je iemand van hetzelfde geslacht als jij op je af glijden. Daar wil je niet mee dansen. Je grijpt een grote zware biljartbal die net verschijnt en gooit die in zijn/haar richting . Die ander vangt de bal netjes op waarna die bal meteen weer in het niets verdwijnt. Jullie glijden weer uit elkaar. Dan zie je iemand van het andere geslacht. Daar wil je best mee dansen maar die beweegt zich glijdend over een traject dat niet bij jou in de buurt komt. Je grijpt weer een biljartbal die net verschijnt en die gooi je nu tegengesteld aan de richting waarin jij wilt bewegen en je ziet tot je plezier dat de ander dat ook doet. Jullie bewegen naar elkaar toe en beginnen te dansen … maar dan wordt je net wakker. Einde droom. Jammer. Maar je begrijpt nu wel het idee van het kwantumveld beter. Gewoon weer biljartballen. Maar nu ‘virtueel’.

NB: Ik ben niet homofoob, maar ik zag geen mogelijkheid om dit verhaal genderneutraal te maken. Ik heb er geen totaal geen probleem mee als er anders dan +/- wordt gedanst, gekust of gevreën.

Virtuele epicykels

Als ik die verklaring met virtuele fotonen overdenk dan doet me dat onwillekeurig denken aan de epicykels van Ptolemaeus waarmee de bewegingen van de planeten in het uitspansel op een zeer complexe manier verklaard werden en dat 1400 jaar standhield omdat men het idee van de aarde in het middelpunt niet wilde loslaten en omdat het zo nauwkeurig was in zijn voorspellingen.

Het Ptolemeïsch model van het zonnestelsel. De aarde (blauw) vlak naast het middelpunt van de deferent, de grote cirkel. Mars beweegt rond de aarde in epicykels, kleine cirkelbanen waarvan het middelpunt in een jaar beweegt over de deferent. Het gele balletje is de zon zoals die zich in een jaar door de dierenriem verplaatst. Klik voor simulaties van andere planeten.

De Omkar

De vertaling van mijn boek in het Engels is niet alleen maar een vertaling. Naast aanpassingen aan de laatste stand van zaken, correcties van fouten zitten er hele nieuwe stukken in en zelfs een volledig nieuw hoofdstuk. Op een van de uitbreidingen wil ik hier graag ingaan vanwege de opvallende overeenkomst van mijn idee van Kosmisch Bewustzijn met het symbool voor AUM. Dat symbool voor AUM wordt in het Sanskriet de Omkar genoemd.

Het model van het Kosmisch Bewustzijn dat de gehele kosmos omvat. © P.J. van Leeuwen.

Mijn model van het Kosmisch Bewustzijn, zoals ik dat in mijn boek omschrijf, kent een aantal niveaus:

  1. Topniveau: Het Kosmisch Bewustzijn dat alles-wat-is bevat.
  2. Een onvoorstelbaar groot aantal individuele fragmenten. Niet alle fragmenten zijn noodzakelijkerwijs altijd bewust van de gedeelde virtuele realiteit of zelfs maar bewust in de zin die wij eraan toekennen. De niet bewuste staat kan gezien worden als de staat van diepe slaap. Sommige fragmenten dromen hun individuele dromen, andere delen een gemeenschappelijke droom.
  3. Het gezamenlijke geheugen. Dit is een alles omvattende opslag van informatie. Die is nodig voor het kunnen delen van verhalen, geschiedenis en ervaring. Het opslaan van elke ervaring als informatie is verantwoordelijk voor de kwantumcollaps, het gebeuren dat de niet-fysieke kwantumgolf overgaat in het waargenomen object. Vanaf dat moment is die informatie beschikbaar voor alle individuele deelnemers aan de virtuele werkelijkheid. Deze informatieopslag, dat zou de Akasha Kronieken kunnen zijn.
  4. De gedeelde virtual reality droom. Dit is het universum dat we in wakende toestand ervaren als buiten ons bestaand, schijnbaar tegengesteld aan onze innerlijke wereld van gedachten en ervaringen.

Vergelijk bovenstaande niveau’s nu eens met die in de beschrijving van de betekenis van de Omkar zoals beschreven in de Mandukya Upanishad.

AUM als geheel stelt de ervaring van het oneindige, Kosmische Bewustzijn voor. Bron: Wilfredor – Wikipedia
  1. De eerste boog staat voor de normale staat van bewustzijn ofwel de materiële staat.
  2. De tweede – bijna gesloten – boog staat voor de droomstaat, de subtiele wereld.
  3. De grootste curve staat voor de diepe droomloze staat.
  4. De kleine curve staat voor de absolute werkelijkheid, atma, het zelf of puur bewustzijn.
  5. De kroon staat voor absolute overgave.

Wanneer 4 en 5 gecombineerd worden wordt dat de bindu genoemd, de staat van volledig ontwaken.

Het is zeker niet precies hetzelfde maar de overeenkomsten zijn opvallend.

In de Top-10!

Nog meer boekentips op het gebied van kwantumfysica? Klik op het logo.

Mijn boek staat nu bovenaan in de top-10 van de Beste Boekentips over kwantumfysica – uitgegeven in Nederland. Daar ben ik vanzelfsprekend heel blij mee natuurlijk. Dit is wat daar wordt geschreven:

Dit boek is een goede introductie in het vakgebied van de kwantumfysica. Je hoeft geen speciale wetenschappelijke kennis te hebben om het te begrijpen, maar het vereist wel dat je je hersenen gebruikt. Met name het principe dat niets is wat het lijkt, dat objectiviteit onmogelijk is, staat centraal. Paul J. van Leeuwen heeft het boek zo geschreven dat je niet elke zin hoeft te lezen om het grote geheel te snappen. Daarom past zijn werk goed thuis op de lijst van beste boeken over kwantumtheorie/kwantumfysica.

Quantum Physics, Information and Consciousness

Intussen is de eerste voorlopige vertaling van mijn boek voor een Engelse publicatie klaar. Die is op dit moment in de vorm van een e-book gegoten. Omdat ik de vertaling helemaal zelf gedaan heb ben ik dus nu op zoek naar ‘native speakers‘ die het liefst ook nog een beetje technisch Engels kunnen lezen. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via het contactformulier met als onderwerp: ‘Proofreader Quantumphysics, Information and Consciousness‘.

Het Engelse e-book is niet alleen maar een 1:1 vertaling van het Nederlandse boek. Het is meteen een verbeterde editie geworden. Niet alleen wat zaken waarbij mijn inzicht is veranderd zijn aangepast. Veel nieuwe informatie, veel internet links naar relevante informatie en een compleet nieuw hoofdstuk zijn erbij gekomen. Het nieuwe hoofdstuk aan het eind betreft het onderwerp Consilience naar aanleiding van de conferentie van de SSE met die titel in Denver Colorado Juni 2019 die ik heb bijgewoond.

Native English proofreaders asked

Dus, als iemand die dit leest zich geroepen voelt en/of een native English speaker kent die dit wel eens een interessante uitdaging zou kunnen vinden, geef dan de link naar dit bericht aan hem of haar door. Iemand die zich aanmeldt en daarbij uitdrukkelijk verklaart dat hij of zij geen kopieën zal verspreiden, krijgt een link naar een e-book bestand toegestuurd dat gewatermerkt is met zijn of haar naam.

Maximaal aantal aanmeldingen is 10.

Inschrijving gratis online cursus gestopt

De coronadreiging is nog lang niet voorbij, maar de instellingen waar ik mijn cursussen geef, Hovo Amsterdam, Hovo Rotterdam, Hovo Brabant en de Volksuniversiteit Den Haag zijn creatief aan de slag gegaan met de uitdaging. In al die instellingen zijn de cursussen nu online in het komend najaar gepland. Gelukkig heb ik daar dus, dankzij de gratis online cursussen in maart, april en mei, een hoop waardevolle ervaring mee opgedaan. De trouwe deelnemers daarvan worden bij deze alsnog bedankt.

Dat is dus heel goed nieuws in moeilijke tijden, eigenlijk. Vanzelfsprekend is daarom de inschrijving voor de gratis online cursus gestopt. De mensen die op de wachtlijst stonden worden nog wel beloond mits ze hun inschrijving bevestigen. Die hebben daar intussen al een verzoek voor gekregen.

Intussen is het vertalen van mijn boek flink opgeschoten, mede dankzij de corona. Eind van de maand moet de ‘ruwe’ versie klaar zijn. De uitgever, MijnBestSeller.nl, heeft al aangegeven voldoende contacten in de Angelsaksische boeken wereld te hebben. Dat wordt spannend. Ik ben daarom op zoek naar proeflezers die de Engelse taal beheersen op het niveau van mensen die die taal als eerste hebben leren spreken en die daarbij een goede beheersing hebben van wetenschappelijk taalgebruik. Een proefleesexemplaar (alleen hoofdstuk 1 en 2) in epub formaat kan gedownload worden door op bovenstaande afbeelding te klikken.