De Omkar

De vertaling van mijn boek in het Engels is niet alleen maar een vertaling. Naast aanpassingen aan de laatste stand van zaken, correcties van fouten zitten er hele nieuwe stukken in en zelfs een volledig nieuw hoofdstuk. Op een van de uitbreidingen wil ik hier graag ingaan vanwege de opvallende overeenkomst van mijn idee van Kosmisch Bewustzijn met het symbool voor AUM. Dat symbool voor AUM wordt in het Sanskriet de Omkar genoemd.

Het model van het Kosmisch Bewustzijn dat de gehele kosmos omvat. © P.J. van Leeuwen.

Mijn model van het Kosmisch Bewustzijn, zoals ik dat in mijn boek omschrijf, kent een aantal niveaus:

  1. Topniveau: Het Kosmisch Bewustzijn dat alles-wat-is bevat.
  2. Een onvoorstelbaar groot aantal individuele fragmenten. Niet alle fragmenten zijn noodzakelijkerwijs altijd bewust van de gedeelde virtuele realiteit of zelfs maar bewust in de zin die wij eraan toekennen. De niet bewuste staat kan gezien worden als de staat van diepe slaap. Sommige fragmenten dromen hun individuele dromen, andere delen een gemeenschappelijke droom.
  3. Het gezamenlijke geheugen. Dit is een alles omvattende opslag van informatie. Die is nodig voor het kunnen delen van verhalen, geschiedenis en ervaring. Het opslaan van elke ervaring als informatie is verantwoordelijk voor de kwantumcollaps, het gebeuren dat de niet-fysieke kwantumgolf overgaat in het waargenomen object. Vanaf dat moment is die informatie beschikbaar voor alle individuele deelnemers aan de virtuele werkelijkheid. Deze informatieopslag, dat zou de Akasha Kronieken kunnen zijn.
  4. De gedeelde virtual reality droom. Dit is het universum dat we in wakende toestand ervaren als buiten ons bestaand, schijnbaar tegengesteld aan onze innerlijke wereld van gedachten en ervaringen.

Vergelijk bovenstaande niveau’s nu eens met die in de beschrijving van de betekenis van de Omkar zoals beschreven in de Mandukya Upanishad.

AUM als geheel stelt de ervaring van het oneindige, Kosmische Bewustzijn voor. Bron: Wilfredor – Wikipedia
  1. De eerste boog staat voor de normale staat van bewustzijn ofwel de materiële staat.
  2. De tweede – bijna gesloten – boog staat voor de droomstaat, de subtiele wereld.
  3. De grootste curve staat voor de diepe droomloze staat.
  4. De kleine curve staat voor de absolute werkelijkheid, atma, het zelf of puur bewustzijn.
  5. De kroon staat voor absolute overgave.

Wanneer 4 en 5 gecombineerd worden wordt dat de bindu genoemd, de staat van volledig ontwaken.

Het is zeker niet precies hetzelfde maar de overeenkomsten zijn opvallend.

In de Top-10!

Nog meer boekentips op het gebied van kwantumfysica? Klik op het logo.

Mijn boek staat nu bovenaan in de top-10 van de Beste Boekentips over kwantumfysica – uitgegeven in Nederland. Daar ben ik vanzelfsprekend heel blij mee natuurlijk. Dit is wat daar wordt geschreven:

Dit boek is een goede introductie in het vakgebied van de kwantumfysica. Je hoeft geen speciale wetenschappelijke kennis te hebben om het te begrijpen, maar het vereist wel dat je je hersenen gebruikt. Met name het principe dat niets is wat het lijkt, dat objectiviteit onmogelijk is, staat centraal. Paul J. van Leeuwen heeft het boek zo geschreven dat je niet elke zin hoeft te lezen om het grote geheel te snappen. Daarom past zijn werk goed thuis op de lijst van beste boeken over kwantumtheorie/kwantumfysica.

Quantum Physics, Information and Consciousness

Intussen is de eerste voorlopige vertaling van mijn boek voor een Engelse publicatie klaar. Die is op dit moment in de vorm van een e-book gegoten. Omdat ik de vertaling helemaal zelf gedaan heb ben ik dus nu op zoek naar ‘native speakers‘ die het liefst ook nog een beetje technisch Engels kunnen lezen. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via het contactformulier met als onderwerp: ‘Proofreader Quantumphysics, Information and Consciousness‘.

Het Engelse e-book is niet alleen maar een 1:1 vertaling van het Nederlandse boek. Het is meteen een verbeterde editie geworden. Niet alleen wat zaken waarbij mijn inzicht is veranderd zijn aangepast. Veel nieuwe informatie, veel internet links naar relevante informatie en een compleet nieuw hoofdstuk zijn erbij gekomen. Het nieuwe hoofdstuk aan het eind betreft het onderwerp Consilience naar aanleiding van de conferentie van de SSE met die titel in Denver Colorado Juni 2019 die ik heb bijgewoond.

Native English proofreaders asked

Dus, als iemand die dit leest zich geroepen voelt en/of een native English speaker kent die dit wel eens een interessante uitdaging zou kunnen vinden, geef dan de link naar dit bericht aan hem of haar door. Iemand die zich aanmeldt en daarbij uitdrukkelijk verklaart dat hij of zij geen kopieën zal verspreiden, krijgt een link naar een e-book bestand toegestuurd dat gewatermerkt is met zijn of haar naam.

Maximaal aantal aanmeldingen is 10.

Inschrijving gratis online cursus gestopt

De coronadreiging is nog lang niet voorbij, maar de instellingen waar ik mijn cursussen geef, Hovo Amsterdam, Hovo Rotterdam, Hovo Brabant en de Volksuniversiteit Den Haag zijn creatief aan de slag gegaan met de uitdaging. In al die instellingen zijn de cursussen nu online in het komend najaar gepland. Gelukkig heb ik daar dus, dankzij de gratis online cursussen in maart, april en mei, een hoop waardevolle ervaring mee opgedaan. De trouwe deelnemers daarvan worden bij deze alsnog bedankt.

Dat is dus heel goed nieuws in moeilijke tijden, eigenlijk. Vanzelfsprekend is daarom de inschrijving voor de gratis online cursus gestopt. De mensen die op de wachtlijst stonden worden nog wel beloond mits ze hun inschrijving bevestigen. Die hebben daar intussen al een verzoek voor gekregen.

Intussen is het vertalen van mijn boek flink opgeschoten, mede dankzij de corona. Eind van de maand moet de ‘ruwe’ versie klaar zijn. De uitgever, MijnBestSeller.nl, heeft al aangegeven voldoende contacten in de Angelsaksische boeken wereld te hebben. Dat wordt spannend. Ik ben daarom op zoek naar proeflezers die de Engelse taal beheersen op het niveau van mensen die die taal als eerste hebben leren spreken en die daarbij een goede beheersing hebben van wetenschappelijk taalgebruik. Een proefleesexemplaar (alleen hoofdstuk 1 en 2) in epub formaat kan gedownload worden door op bovenstaande afbeelding te klikken.

Kwantumcoherentie en leven

Ik ben nu ‘Living Rainbow H2O’ aan het lezen. Een moeilijk boek ondanks dat de hoofdstukken kort en daardoor overzichtelijk zijn. De schrijfster, Dr. Mae-Wan Ho, gebruikt nogal wat afkortingen na eenmalig geïntroduceerde begrippen, zoals CD voor Coherent Domain. Iets wat nogal wat terugbladeren oproept. Maar het is wel eindeloos inspirerend.

Dr. Mae-Wan Ho heeft diepgaand onderzoek gedaan naar wat er zich afspeelt in levende wezens. In het algemeen worden de moleculaire structuren van cellen en virussen bestudeerd met elektronenmicroscopie. Maar de preparaten zijn dan al overleden aan de preparatie. Om met de microscoop naar levende organismen te kijken paste ze gepolariseerd licht microscopie toe, een techniek die al bestond maar tot dan alleen gebruikt werd om mineralen mee te bestuderen. Ze zag tot haar verbazing en verrukking alle kleuren van de regenboog in het levende 1 mm grote bewegende embryo van de fruitvlieg.

The Rainbow and the Worm

Ze zag het leven zich afspelen in al haar kleuren. Die kleuren waren niet alleen prachtig om te zien maar ze zeiden haar ook veel over de fysische processen die zich daar afspeelden. De levende cel bevat ongeveer voor 70 % water en het bleek haar dat de processen in en eigenschappen van water voor al die kleuren verantwoordelijk zijn. Water in levende cellen gedraagt zich als vloeibaar kristal dat de polarisatie van het licht door de cel verklaart. Dat gedrag blijkt essentieel te zijn voor de chemische processen die zich in levende cellen afspelen en het is iets dat met de elektronenmicroscoop nooit zichtbaar zal zijn. Uiteindelijk trekt ze de conclusie dat de bijzondere eigenschappen van water een grote rol spelen in de kwantumprocessen die zich daarin afspelen. Alle leven vertoont kwantumcoherentie. Het is hét kenmerk van leven. Volgens Ho zien we daar de sturende intelligentie van het bewustzijn aan het werk.

Wat is kwantumcoherentie?

Ik was het woord kwantumcoherentie al wel eens tegengekomen maar had er eigenlijk nooit veel aandacht aan besteed. Het komt in mijn boek niet voor. Wat ik me daarbij moest voorstellen was mij dus niet erg duidelijk. Opvallend is dat als je erop zoekt op het internet je direct relaties tegen komt met levende systemen en gezondheid. Ik heb er daarom een kleine studie aan gewijd waarbij ik ook tot een beter begrip kwam van de efficiency van bladgroen waar ik het in mijn boek over heb. Nadat ik vond dat ik een beeld had van kwantumcoherentie dat ik ook kon uitleggen, heb ik er een pagina op mijn website aan gewijd. Die pagina vind je hier. Lees ter vergelijking daarmee eventueel het recente artikel in NRC over het rommelige proces van de fotosynthese, een totaal andere benadering.

Levend water

Ho koppelt kwantumcoherentie aan leven en bewustzijn. Het is een uiting van het bewustzijn dat achter alle leven dat we waarnemen zit. Ook wijst ze in het onderstaand interview op haar bevinding dat water bij kamertemperatuur voor ca. 40% kwantumcoherent is. Als ik me nu de geweldige hoeveelheid aaneengesloten water op deze planeet voor de geest probeert te halen die dus voor 40% kwantumcoherent is krijg ik een niet te meer onderdrukken beeld voor ogen van een ontzagwekkend levend intelligent wezen waarin alle leven dat we kennen ooit ontstaan moet zijn. Doe eens een wandeling langs het strand, kijk over de zee en mijmer daar dan eens over.

Vragen van een lezer

Er komen veel positieve reacties op het boek. Tussen die reacties zitten ook nogal eens vragen. Het boek roept ook vragen op. Deze keer zet ik de vragen van een lezer, met zijn instemming natuurlijk, inclusief mijn antwoorden hier neer.

NB: De Engelse vertaling van mijn boek nadert zijn voltooiing. Proeflezers opgegroeid in een Angelsaksische omgeving kunnen zich aanmelden via het contactformulier.

Hoe worden kwantumgolven gegenereerd?

Wij nemen objecten waar, omdat “(zon-)licht” wordt weerkaatst van die objecten richting onze oogbol. Maar genereren objecten ook kwantumgolven als er geen (zon-)licht op reflecteert? Hoe kan dat? Kunnen we dan alleen objecten waarnemen zolang ze kwantumgolven uitstralen. Als ze geen kwantumgolven uitstralen, “zijn” ze er dan wel, maar “zien” we ze dan niet? Hoe werkt dat in volmaakte duisternis?

Antw: Kwantumgolven zijn geen ‘materiële’ golven. Het zijn waarschijnlijkheidsgolven en waarschijnlijkheden zijn (nog) niet materieel, ze zijn nog niet tot materie gekomen zou je kunnen zeggen. Kwantumgolven zijn wel – in zekere zin – fysisch aangezien ze in tijd en ruimte beschreven kunnen worden via de Schrödingervergelijking. Maar ik kan ook in gedachten een trip maken van A naar B en dat zo precies als ik maar wil met tijden en plaatsen. Bestaat die trip dan fysiek?

Zien is een fysisch gebeuren, daar gebruiken we fotonen voor. Voor wat betreft fotonen, die ik zie als niet meer dan ervaringen van energieoverdracht, lees hoofdstuk 9 van mijn boek nog eens. Aan elk object kun je een kwantumgolf toekennen, zolang dat object niet wordt waargenomen. De waarneming is mijns inziens de keus die het waarnemend bewustzijn (niet ons dag-bewustzijn) maakt uit alle mogelijkheden. Die keus verschijnt in het dag-bewustzijn als een waarneming. Dat hoeft overigens geen visuele waarneming te zijn, we hebben nu eenmaal vijf zintuigen die ons van waarnemingen voorzien.

Elke waarneming is dus tegelijkertijd een creatieve actie waarbij de uitkomst van de actie, de informatie, in onze herinnering wordt opgeslagen als historisch feit. Het gecreëerde object is dus eigenlijk geen materieel permanent aanwezig object, het bestaat puur uit een keten van herinneringen. Herinneringen zijn dus de vastgelegde keuzes die wij gemaakt hebben uit de door het universum aangeboden palet van mogelijkheden.

Biologische, levende systemen zijn in dat opzicht opmerkelijk aangezien die in staat blijken tot het maken van keuzes die hun entropie consequent verlagen. De 2e wet van de thermodynamica, die de afname van de entropie in een gesloten systeem verbiedt, is afgeleid voor niet levende systemen, dat deel van de natuur die de fysica tot het enige onderwerp van elementaire studie heeft gemaakt.

De vraag hoe kwantumgolven gegenereerd worden kan daarom mijns inziens alleen beantwoord worden met: het waarnemend bewustzijn. Het waarnemend bewustzijn is veel meer dan ons dag-bewustzijn. Het is het universum, de bron, het kosmisch bewustzijn. Mijn vermoeden is dat dat het bewustzijn is dat we weer verkrijgen na de dood. Kwantumgolven worden in mijn visie niet gegenereerd door objecten, die objecten bestaan niet fysiek, dus hoe zouden ze dan iets kunnen genereren?

Waar komt de energie van de kwantumgolven en van de discrete energie pakketjes (fotonen) dan vandaan?

Antw: Kwantumgolven bevatten zelf geen energie. Ze zijn niet materieel en materie is equivalent met energie. Ze zijn wel fysisch in de zin dat ze waarschijnlijkheden om materie bij onze waarnemingen aan te treffen bevatten. Je mag ze wat mij betreft daarom ook metafysisch noemen. Waar de energie van een foton vandaan komt is lastiger te zeggen. Een foton is een brokje energie dat overspringt en is als zodanig een onderdeel van ons fysische universum dat in zijn geheel een zekere hoeveelheid energie (=massa) bevat. Het aardige is dat bepaalde berekeningen, die ervan uitgaan dat de energie van een voorwerp dat niet voldoende ervan heeft om uit een zwaartekrachtveld te ontsnappen negatief geteld moet worden, erop uitkomen dat de totale bij elkaar opgetelde energie van het universum nul is. Het maken van een universum is dan gratis.

Hoe verloopt de manifestatie van een object (of van het Universum) voor een blinde persoon?

Antw: Zie het antwoord op de eerste vraag. En bedenk, we hebben meer zintuigen dan onze ogen Een blind persoon neemt wel degelijk zijn omgeving waar.

Gedachtenexperiment (Tegengestelde van zwarte lichaamsstraling?):

Ik sta in een afgesloten kamer, die aan alle wanden, plafond en vloer voorzien is van volmaakte spiegels. Aan het plafond hangt een peertje met een trekschakelaar. Het licht is aan. Ik doe mijn ogen dicht, en een halve minuut later trek ik aan de schakelaar waardoor het licht uitgaat. Na een paar seconden doe ik mijn ogen open. Wat zie ik dan, en waarom?

Antw: Aangezien jezelf geen volmaakte spiegel bent zal je snel alle straling in de kamer absorberen. Het licht kaatst met 300.000.000 m/s tegen de spiegels en zal uiteindelijk altijd op jou eindigen. Dus dat uitdoven gaat extreem snel. Zou je zelf ook een volmaakte spiegel zijn dan was er geen uitdoving maar dan kon je weer niets zien. 😉

Lichtsnelheid is geen constante?

Hoofdstuk: Licht als harde balletjes of als golven. In de toelichting bij figuur 7 staat: “In het kristal behoudt het gedeelte dat verticaal is gepolariseerd zijn snelheid min of meer en gaat daarom rechtdoor. Het gedeelte van de golf dat horizontaal gepolariseerd is wordt vertraagd… Het resultaat is twee aparte evenwijdige en loodrecht op elkaar gepolariseerde bundels licht”. Maar dit zijn dus twee bundels met verschillende (licht-) snelheden?!?!? Een EM-golf plant zich voort met de lichtsnelheid, maar die snelheid kan dus ook variëren na breking of polarisatie?!?! Wat hier gebeurt lijkt mij elementair, dus: is dit wat er gebeurt? Welke (enorme) gevolgen heeft deze variatie van lichtsnelheid dan?

Antw: Inderdaad, twee snelheden van het licht. Die 300.000.000 m/s geldt alleen in vacuüm. Zodra het licht weer uit het kristal is krijgt het zijn oorspronkelijke snelheid weer terug. Op zich is dat ook al een opmerkelijk fenomeen, zeker zolang je licht beschouwt als een fysiek verschijnsel dat zich beweegt.

Ontwerp van de oogbol en waarnemen van realiteit

N.a.v. blz 133 “Complementariteit volgens Bohr”): De wijze waarop levende wezens ontworpen en gebouwd zijn, zegt mij iets over de leefomgeving en wat lichamen nodig hebben om daarin te overleven. Onze oogbol bestaat uit o.a. een convergerende lens en een netvlies. En we hebben 2 ogen, om diepte en perspectief te kunnen zien. Dit ontwerp zegt naar mijn idee dat we ontworpen zijn om een fysieke werkelijkheid met tastbare objecten te kunnen onderscheiden.

Antw: Hier raak je een uiterst gevoelig punt aan, de controverse tussen neodarwinisme en creationisme. Beide staan aan de uiterste zijden van het spectrum tussen volslagen toeval enerzijds en een alles creërende God aan de andere zijde. Intelligent design (ID) zit m.i. dicht tegen creationisme aan. Ik probeer zelf in het midden te blijven, er zit zeker intelligentie achter de keuzes die het leven maakt maar geen absoluut alwetende. Er zit beslist een element in van ‘uitproberen wat werkt’. Lees Evolution 2.0 van Perry Marshall. De evolutie is dan dat de best gemaakte keuzes de grootste kans hebben om overeind te blijven en is dan geen volslagen roulette meer maar meer vooruitgang door trial en (veel) error.

Manifesteren wij de werkelijkheid?

Wat is de rol van het bewustzijn?

Er is nog steeds een grote groep wetenschappers die het bewustzijn liever buiten de deur van de kwantumfysica houdt. Maar dat lukt ze steeds minder voor zover ik dat kan beoordelen. De volgende video is daar een mooi voorbeeld van, alle argumenten die ik in mijn boek gebruik voor de rol van het bewustzijn komen in hoog tempo langs. Overtuigend gebracht. Heel informatief, aanrader voor degenen die mijn boek gelezen hebben. Aan het eind komt dan het verhaal van Wigners paradox en de boodschap dat de huidige inzichten zijn dat die interpretatie volgens de laatste inzichten niet meer nodig is maar dat die nieuwste inzichten eigenlijk alleen weggelegd zijn voor mensen met een zeer zeer diepgaande kennis van de kwantumfysica. Dat wordt dan in de nog komende vervolg aflevering verder toegelicht. Als ik mag gokken dan zal die dan gaan over de multiversum hypothese die inderdaad een groeiende groep aanhangers kent.

Consilience

Dat klopt inderdaad als ik zie wat ze in de volgende video te melden hebben. Welnu, als het alleen de kwantumfysica was die argumenten leverde voor het bewustzijn als primaire schepper van de realiteit dan zou ik wellicht ook tot de groep behoren die die hypothese met grote scepsis zou bekijken. Ik zou ook neigen naar multiversa. Maar als ik dan denk aan andere experimenteel of middels uitvoerig forensisch onderzoek bevestigde verschijnselen als het kunnen beïnvloeden van kwantumgeneratoren door proefpersonen, psychokinese, herinneringen aan vorige levens, nabij-de-dood ervaringen, telepathie, instrumentele communicatie met overledenen en alzheimer patienten, dan begin ik te zien dat al die zaken elkaar steeds sterker bevestigen. Dat samenbrengen van elkaar ondersteunende wetenschappelijke resultaten uit verschillende domeinen wordt consilience genoemd.

Niet geloven maar zelf onderzoeken

Probeer zelf maar eens of je de werkelijkheid kunt manifesteren. Serieus. Voor dat je daar aan begint raad ik wel aan om eerst het boek van Linda Dronkers-Steijn te lezen en de oefeningen die zij aanraadt serieus te proberen. Dat zou best eens een – aangename – verrassing op kunnen leveren.

You’re not even in there now

Zoals de mensen weten die mijn boek uitgelezen hebben of mijn cursus Kwantumfysica, Informatie en Bewustzijn gevolgd hebben ben ik niet van de club die meent dat ons brein onze geest produceert. Eerder het omgekeerde. Wat mij betreft een weloverwogen standpunt dat daarmee afdoende heeft afgerekend met mijn angst voor de dood, het grote niets dat voor ons allemaal in het verschiet zou liggen. Die angst heb ik dus volstrekt niet meer. Komt eigenlijk best van pas bij deze corona crisis. Vanuit die opvatting bekeken ben ik in de afgelopen tijd drie interessante publikaties, een presentatie op YouTube, een onderzoeksrapport en een recent boek, tegengekomen die ik hier graag onder de aandacht breng omdat ze elkaar bevestigen en versterken. Dat heet consilience.

SSE presentatie van Dr. Julie Beischel

Dr. Julie Beischel is directeur van het Windbridge Research Centre. Ze heeft een academische titel in geneeskunde en toxicologie en bestudeert al vele jaren met uiterst wetenschappelijke methoden controversiële zaken als mediumschap. Ze heeft mediums, die dus contact zouden hebben met overledenen, aan rigoureuze tests onderworpen volgens richtlijnen waar elk wetenschappelijk onderzoek een puntje aan kan zuigen zoals dubbel blinde tests en het herhaalbaar gecontroleerd produceren van resultaten. Daarenboven bezit ze ook nog een prettige dosis droge humor zoals uit haar presentaties blijkt. In juni 2019 gaf Julie een presentatie voor de SSE met als onderwerp de identificatie die wij met ons lichaam hebben en die aanzienlijk minder sterk blijkt dan we denken. Wij zijn er zo ‘uit’, blijkt. In haar presentatie gaat ze in op de manieren waarop we die oriëntatie maar al te makkelijk kwijtraken zoals bij de rubberen hand illusie, de snelheid waarmee ons lichaam zich vernieuwt, hoeveel niet-eigen leven in ons leeft zoals onze darmbacteriën en het recente onderzoek van Etzel Cardeña van de Lund universiteit dat zeer overtuigend bewijs voor de realiteit van psi presenteert. Julie vertelt over treffende (anecdotische) bewijzen van mediums die aantonen dat overleden familieleden zich nog zeer bekommeren om hun nog levende nazaten, over een geverifieerde bijna komische nabij-de-dood ervaring, over een Thaise jongen die zich een vorig leven als slang herinnert en in geverifiëerd detail heeft verteld over hoe die slang gedood werd. Kortom, je bent niet je lichaam, het is een tijdelijke avatar voor je echte ik, de echte speler, zoals bij een zelfgekozen gebruikersafbeelding op websites of in videospellen.

Bekijk Julie Beischels presentatie:

The Physical World as a Virtual Reality

Brian Whitworth heeft een paper, The Physical World as a Virtual Reality, gepubliceerd waarin hij uitstekende argumenten naar voren brengt voor het idee dat onze ervaringswereld een Virtual Reality (VR) is. Met de VR aanname zijn namelijk veel eigenschappen van onze ervaringswereld uitstekend te verklaren die juist niet goed rijmen met de gebruikelijke aanname van een fysieke werkelijkheid.

We beschouwen onze wereld als een objectieve realiteit, maar is dat zo? De aanname dat de fysieke wereld op zichzelf bestaat, wringt al geruime tijd met de opdracht om de bevindingen van de moderne fysica met het beeld van een objectieve fysieke werkelijkheid te assimileren. Objectieve ruimte en tijd zouden normaal moeten ‘zijn’, maar in onze hedendaagse wereld krimpt ruimte en vertraagt tijd. Objectieve dingen zouden inherent moeten bestaan, maar in onze wereld zijn elektronen uitgesmeerde waarschijnlijkheden die zich op fysiek onmogelijke manieren uitspreiden, tunnelen, superponeren en verstrengelen. Kosmologie voegt er nu aan toe dat ons universum ongeveer 14 miljard jaar geleden uit het niets is opgedoken. Dat is niet hoe een objectieve realiteit zich zou moeten gedragen!

Zijn voorstel onderzoekt de mogelijkheid, een die doorgaans zonder veel nadenken wordt verworpen, namelijk dat de fysieke wereld het resultaat is van een kwantumproces en dus virtueel. Wat hij voorstelt is niet onlogisch, onwetenschappelijk en zeker niet onverenigbaar met de moderne natuurkunde. Het is ook geen modern idee omdat de oorsprong ervan duizenden jaren teruggaat. Zijn voorstel is beslist relevant omdat de moderne fysica heeft ontdekt dat we eigenlijk in een héél vreemde wereld leven.

Denk aan de volgende contra-intuitieve maar experimenteel bevestigde gevolgtrekkingen van de algemene relativiteit:

  1. Zwaartekracht vertraagt de tijd,
  2. Zwaartekracht kromt de ruimte,
  3. Snelheid vertraagt de tijd,
  4. Snelheid doet de massa toenemen,
  5. De snelheid van het licht is een absoluut gegeven.

En de kwantumfysica leert ons ook nog eens uit haar experimenten:

  1. Teleportatie: kwantumobjecten die ‘tunnelen’ door een barrière,
  2. Sneller dan licht communicatie bij verstrengelde deeltjes,
  3. Creatie uit het niets,
  4. Meervoudig bestaan van deeltjes op verschillende lokaties (tweespleten experiment),
  5. Fysieke effecten zonder oorzaak (radioactiviteit).

Whitworth argumenteert luid en duidelijk dat een VR al deze vreemde effecten niet alleen uitstekend verklaart maar zelfs moet vertonen. Zoals bijvoorbeeld een Big Bang te verklaren is als het opstarten van het VR programma ‘Genesis’. Elk VR programma moet een begin hebben dat vanuit zijn bewoners gezien een ontstaan uit het niets lijkt. De maximale snelheid die in ons universum geldt, die Einstein gebruikte in zijn relativiteitstheorie maar niet verklaarde, is het ineens begrijpelijke gevolg van de processorsnelheid van de VR ‘computer’. Zo’n VR verenigt in haar verklaring de kwantumfysica en de relativiteitstheorie, iets wat de fysici na meer dan 100 jaar nog steeds niet gelukt is. Aan het eind van zijn betoog zet Whitworth een zeer overtuigende tabel neer waarin eigenschappen die een VR moet vertonen en daarnaast gezet de eigenschappen die wij in onze ‘fysieke’ wereld tegenkomen stuk voor stuk worden verklaard. Met andere woorden, onze lichamen zijn Avatars. Maar wie bestuurt die?

Kortom, lees zijn paper. Als het lukt met een open geest.

Evolution 2.0

Perry Marshall, computer programmeur en zakenman en internet marketeer, schrijft Evolution 2.0. Hij is geen bioloog en helemaal geen evolutiebioloog die alles wat leeft en groeit wil verklaren vanuit zuiver toevallige mutaties, waarbij er af en toe een gunstige optreedt die overleeft en zijn eigenschappen overdraagt, gecombineerd met het Darwinistisch overleven van het best aangepaste (lees gemuteerde) exemplaar in de populatie.

Marshall bekijkt de levende organismen, zoals de cel, vanuit het standpunt van de programmeur die codeert. Hij komt tot de conclusie dat DNA code is, niet een toevallig tot stand gekomen set instructies, maar een echte code die door de cel wordt gedecodeerd en uitgevoerd.

Hij beargumenteert met veel feitenmateriaal alsmede de informatietheorie van Claude Shannon dat die code met geen mogelijkheid tot stand gekomen kan zijn door toeval. Toeval genereert ruis en ruis vernietigt informatie. Altijd en onherstelbaar.

De mogelijkheid dat de code van DNA plus het vertaalmechanisme in de cel door willekeurige mutaties tot stand komt is astronomisch klein en zou een voorbeeld zijn van spontaan afnemende entropie. Iets wat we nooit waarnemen.

Daarmee lijkt hij op het eerste gezicht zich te scharen bij de aanhangers van ID, Intelligent Design. Maar hij kiest een tussenpositie. Hij ontkent de rol van evolutie door overleven van de best aangepaste niet. Maar het is slechts een van de factoren in de evolutie. En juist een van de minder belangrijke.

Hij zegt dit: als je een code tegenkomt die ook nog geïnterpreteerd en uitgevoerd wordt dan heb je een codeur nodig. Volgens hem is dat de cel. Of de intelligentie die de cel bestuurt. De cel is voor hem een uiterst complex en hoogst intelligent levend wezen dat zich actief en doelgericht aanpast aan zijn omgeving door zijn DNA aan te passen. Mutaties in het DNA zijn dus geen toevalstreffers maar aanpassingen van de cel in haar DNA in een poging om de uitdagingen van de omgeving teweer te staan. Hij draagt een enorme hoeveelheid overtuigend experimenteel bewijsmateriaal aan voor zijn stelling. Maar je gaat je wel afvragen waar zich die intelligentie die de cel vertoont ophoudt.

Consilience: Avatars, de wereld als VR en doelgerichte levende cellen

Als ik die drie uiteenlopende zaken bij elkaar zet dan resulteert dat voor mij in een behoorlijk compleet en logisch samenvallend beeld van de werkelijkheid zoals wij die in het dagelijks bestaan ervaren. Ondersteund door drie pijlers, PSI onderzoek, de fysische eigenschappen die een VR moet vertonen en experimenteel onderzoek aan erfelijkheid, rijst het beeld op van een wereld die zich afspeelt binnen een zeer geavanceerd computer game waarin levende wezens dienen als avatars voor iets dat het best omschreven kan worden als een bewuste geest. Met als doel ontwikkeling – evolutie 2.0 dus – door een voortdurend uitdagende omgeving.

Maar ook met ruimschoots gelegenheid voor plezier en schoonheid als we elkaar dat gunnen. De dood is alleen maar het einde van de avatar, niet van de bestuurder. Als het doel nog niet bereikt is dan pakken we een volgende avatar, reïncarnatie. En wat zegt vrijwel elke nabij-de-dood-ervaarder die het spel even had verlaten om er toch weer in terug te stappen omdat zijn doel nog niet bereikt was? Het ging vooral om liefde, onbaatzuchtige liefde voor de ander. Zonder enige uitzondering.

Terug naar boven.

Online college Kwantumfysica en Bewustzijn is gestart.

Het eerste college is al geweest op dinsdag 14 april. Maar er is nu nog ruimte voor laatkomers. Pas vanaf 28 april zal het aansluiten lastig worden vanwege de opgelopen achterstand. Nieuwe aanmeldingen gaan dan op een wachtlijst.

Voor het online college wordt de Jitsi server van de Volksuniversiteit gebruikt. Bij performance problemen gaan we over op Skype.

Intussen ben ik Evolution 2.0 van Jack Marshall aan het lezen. Indrukwekkend. Het blijkt prachtig aan te sluiten bij de conclusie die ik uit de kwantumfysica trek, het bewustzijn is primair en is de intelligentie achter alle verschijnselen in de levende wereld.

Covid-19 en een gratis online cursus kwantumfysica en bewustzijn

Dat wordt interessant

Ik heb besloten om, in deze tijd dat we thuis dienen te blijven om te voorkomen dat Covid-19 onze gezondsheidzorg totaal en rampzalig overbelast raakt met acuut doodzieke en stervende mensen, de Kwantumfysica en Bewustzijn cursussen die ik tot nog toe op fysieke lokaties bij de Hovo gegeven heb ook online te gaan geven via Zoom. En wel gratis. Ik vraag wel aan deelnemers om mijn boek aan te schaffen omdat dat 100% bij de cursus hoort en beslist nodig is om de wat heftiger onderwerpen als dubbele spleet experimenten echt te gaan begrijpen in hun werking en consequenties.

Intussen zijn de eerste online cursussen geweest. Met Skype. Er waren weinig afvallers, dus dat zegt wel iets. Covid-19 is nog lang niet weg maar de echte crisis lijkt voorbij. Geen reden om te stoppen met deze actie. Als de wachtlijst voldoende gegroeid is en de zomervakantie achter de rug start er een nieuwe cursus. Opgeven is gratis, deelname ook.

De online cursus zal in 9 wekelijkse colleges van elk twee uur op nog te bepalen weekdagen van 14u tot ca. 16u of van 20u tot 22u online te volgen zijn en behandelt alle hoofdstukken van het boek. Er is altijd ruimte voor vragen tijdens het college of daarna.

Wat nodig is aan apparatuur: Een PC of tablet met werkende audio en camera en Skype. Een smartphone is minder geschikt tenzij u hele goede ogen hebt.

De cursus is uitermate geschikt voor niet-beta’s.

Ben je serieus geïnteresseerd in een negendelige cursus Kwantumfysica en Bewustzijn:

Inschrijven? Stuur dan een e-mail naar: kwantumfysica en bewustzijn

met als onderwerp ‘Deelname Online Cursus Kwantumfysica en Bewustzijn’. Geef ook op welke middagen en/of avonden u de cursus kunt volgen.

Ik ben ook benieuwd

Een bijzonder hardnekkig misverstand

Het duikt steeds weer op in berichten over kwantumverschijnselen: ‘Afhankelijk van de wijze waarop wordt gemeten manifesteert het kwantumobject zich als deeltje of als golf.‘ Nee, nee en nog eens nee, dat is wat mij betreft niet het juiste beeld.

Zo’n uitspraak wekt de indruk van een object dat zich weloverwogen aanpast aan de gebruikte meetmethoden en dan beslist of het zich als golf of als deeltje laat zien. Geen wonder dat veel mensen hier al afhaken.

Dit verkeerde beeld, dit misverstand, heeft zijn oorsprong in het beeld dat wij vanaf onze vroegste herinneringen binnengelepeld hebben gekregen. Het beeld van de wereld die onafhankelijk van ons bestaat en waarin wij de rol van toeschouwer vervullen, als een toevallige omstander die er ook net zo goed niet had hoeven te zijn. We zijn gewend om ons iets, een ding, voor te stellen als iets dat er gewoon IS en er altijd geweest is. Dat doen we zelfs als het zich al naargelang de manier waarop we ernaar kijken ineens totaal anders en uiterst dubbelzinnig voordoet, zoals bovengenoemd kwantumobject.

Creëren wij onze wereld?

Het is veel ongebruikelijker om ons voor te stellen dat het ding er is OMDAT we het waarnemen, dat het vóór onze waarneming niet bestond en ná onze waarneming er niet meer is. Als we dat zouden doen krijgt dan het ding eigenschappen die we doorgaans aan dromen en gedachten toeschrijven en niet aan ‘echte’ dingen. Die manier van voorstellen past slecht in het gebruikelijke beeld van de permanentie van onze wereld. Toch leert de kwantumwereld ons dat dat beeld van een objectieve permanente wereld hoogstwaarschijnlijk niet waar is.

Kijken naar het dubbele spleet experiment

Het dubbele spleet experiment is een cruciaal experiment in de kwantumfysica. Laten we daarom eens gaan kijken naar dat dubbele spleet experiment.

Electronen die worden afgevuurd op een dubbele spleet vormen een interferentiepatroon.

Als we een groot aantal deeltjes, fotonen, electronen of zelfs grote moleculen, door een dubbele spleet vuren dan onstaat er een interferentiepatroon. Dat is een patroon van lichte en donkere banden. Dat patroon ontstaat ook als we dat deeltje voor deeltje doen. Ook na lange tijd vuren blijken bepaalde gebieden niet of nauwelijks geraakt te worden, dat zijn de lichte banden in bovenstaand plaatje.

Zo’n interferentiepatroon is het gevolg van golfgedrag. Het treedt op als golven elkaar op bepaalde plekken versterken of uitdoven al naargelang respectievelijk hun synchrone gelijkgerichte of juist tegengestelde beweging. Bekijk dit YouTube filmpje voor een zeer verhelderende demonstratie van twee spleten interferentie.

Er is een mathematisch verband tussen de onderlinge afstanden van de banden van het patroon, de afstand tussen de spleten, de afstand van de spleten tot het scherm en de golflengte maar daar hoeven we hier niet op in te gaan om te begrijpen wat er plaatsvindt.

Een dergelijk interferentiepatroon ontstaat alleen als de golven dezelfde frequentie en golflengte hebben. Dat is het geval als twee golfbronnen synchroon trillen. De twee spleten fungeren hier als die bronnen die in fase trillen. De nogal schokkende gevolgtrekking die uit dit patroon wordt gemaakt is: ‘Elk deeltje vertoonde golfgedrag en moet dus ook een golf geweest zijn’. Dat geldt dus ook voor electronen en zelfs voor grote moleculen van meer dan 800 atomen.

Kijken bij de spleet

Als we nu het experiment nu zodanig aanpassen zodat we van elk deeltje kunnen vaststellen door welke spleet het is gegaan dan verdwijnt het interferentiepatroon en krijgen we een patroon dat je het beste kunt beschouwen als twee enkele spleet patronen die over elkaar heen geprojecteerd worden en daardoor eigenlijk niet meer te onderscheiden zijn van een enkele spleet patroon. Elk van de twee spleten produceert nu een enkele spleet patroon, een lichtvlek met de hoogste intensiteit in het centrum, op vrijwel dezelfde plek op het scherm.

De correcte conclusie is dat de golven die door de spleten heen gaan nu niet meer met elkaar interfereren. De relatie tussen die twee golven waardoor ze elkaar op vaste voorspelbare plekken uitdoven of versterken is verdwenen. De conclusie die nu vaak wordt getrokken dat we nu deeltjesgedrag zien slaat eigenlijk nergens op. Het enkele spleet patroon is nog steeds voor 100% golfgedrag, alleen we zien geen interferentie meer zoals die optreedt bij twee synchrone golfbronnen. Het lijkt er meer op dat elke golf die bij een deeltje hoort nu uit maar een van de spleten komt en niet meer uit allebei. En dat is precies wat er hier aan de hand is.

Hoe wij de wereld zien als een verzameling van dingen

.. we van elk deeltje kunnen vaststellen door welke spleet het gegaan‘. Let op hoe deze zin is geformuleerd. Impliciet zit hier de aanname al in dat er sprake is van een deeltje dat een traject aflegt en dat daarbij door een van de spleten reist. Dat is een vooronderstelling die voortspruit uit de manier waarop wij van kindsaf aan de wereld om ons heen hebben leren kennen. En het blijkbaar ontzettend moeilijk vinden om die los te laten. Een op een doel afgeschoten kogel is toch op elk onderdeel van het afgelegde traject geweest? Of niet soms?

De simpele hypothese: de waarneming laat het deeltje verschijnen

Probeer nu , al is het maar voor even, die vooronderstelling los te laten. Stel je het even voor, er is geen deeltje dat een traject aflegt, er is alleen maar een golf. Een golf die bijzonder intiem verbonden blijkt met onze waarneming van het deeltje. Hoe dat werkt stellen we hier nog even uit. Een golf die eindigt als wij een waarneming doen. Een waarneming wil dan zeggen dat wij vaststellen dat er een deeltje op dat moment en op die plaats was. Meteen nadat onze waarneming gedaan is, is het deeltje er niet meer maar is er weer een golf die daar begint waar wij het deeltje het laatst hadden waargenomen. Kijk nu met deze hypothese weer naar de versie van het dubbele spleet experiment waar we konden vaststellen door welke spleet het deeltje ging. Kunnen we het verdwijnen van de interferentie dan beter begrijpen?

Probeer daarom de volgende vijf logische stappen te volgen:

  1. Volgens deze hypothese is het de waarneming, in dit geval door welke spleet het deeltje ging, die het deeltje in een van de spleten liet verschijnen.
  2. Dat verschijnen in de spleet betekent impliciet het eindigen van de golf.
  3. Als de waarneming gedaan is dan was het deeltje er alleen maar ‘daar en op dat moment’ en vertrekt er onmiddellijk daarna weer een golf uit de spleet om uiteindelijk op het scherm achter de spleet terecht te komen.
  4. Aangezien het deeltje niet in beide spleten verscheen – laten we in elk geval maar aannemen dat er geen magische deeltjesverdubbeling plaatsvindt – hebben we nu nog maar één enkele golfbron.
  5. Er is nu dus wél een golf – tussen de dubbele spleet in het scherm – maar er is geen interferentie meer, aangezien we daar nu eenmaal twee synchroon trillende golfbronnen voor nodig hebben.

Hiermee geeft deze hypothese, de waarneming laat het deeltje verschijnen, een volledige en logische verklaring van het verdwijnen van de interferentie wanneer we gaan meten bij de spleet.

Twee in tijd achtereenvolgende waarnemingen in één experiment

Als de golf op het scherm valt dan nemen we daar een lichtpuntje waar. Dat is in principe ook weer een waarneming. Dus als we de meetopstelling zo inrichten dat we kunnen waarnemen in welke spleet het deeltje verscheen dan hebben een meetopstelling gecreëerd met twee achtereenvolgende locaties voor waarnemingen. Eén in de spleet en de ander op het scherm achter de spleten. Dat is het cruciale aspect in een experiment waar we meten bij de spleet.

We moeten dus niet zeggen dat het waargenomen object zich gedraagt als een golf of een deeltje afhankelijk van de manier van waarnemen. In beide opstellingen is het consequent zo dat er een golf is die telkens door een waarneming even resulteert in de manifestatie van een deeltje. In de opstelling waar we kijken in welke spleet het deeltje verscheen doen dus we gewoon twee achtereenvolgende waarnemingen waardoor een golf zich twee keer achtereen manifesteert als deeltje. De meting beïnvloedt direct het gemetene en twee achtereenvolgende metingen op twee locaties binnen de opstelling geven daarom logischerwijs een andere uitkomst dan een enkele meting alleen bij het scherm. Alsof je bij biljarten de rollende bal onderweg nog een stoot geeft en dan verbaasd kijkt dat dat het resultaat beïnvloed. Daar hoeven we dan echt geen intelligente bal voor te veronderstellen.

Er is een speler nodig om de ballen in beweging te brengen.

Geen deeltje en golf tegelijk maar een kansgolf

Als we er op die manier naar kijken dan is er dus geen sprake meer van een deeltje dat zich qua eigenschappen aanpast aan onze manier van meten. Het hele proces verloopt duidelijk en uiterst voorspelbaar, zolang we niet meten is het object dat we willen meten een golf, zodra we meten waar het object zich bevond en wanneer dat was vinden we het object als daar geweest zijnde. Het meten en de manifestatie van het object worden daarmee identiek!

Nu wordt de vraag wat die golf dan is en waaruit die bestaat natuurlijk levensgroot. Het antwoord op die vraag is al voorgesteld door de fysicus Max Born in het begin van de 20e eeuw. De kwantumgolf is in zijn voorstel een golf die op de juiste manier geïnterpreteerd de waarschijnlijkheid per plaats en tijd, waar en wanneer, voorstelt om het object aan te treffen bij een meting. De kwantumgolf geeft ons dus een voorspelling maar geen exacte. Het is een statistische, net als bij het werpen met een dobbelsteen de kans om precies een zes te gooien 1/6 is en dat de voorspelling van de gemiddelde uitkomst van een worp 3,5 is. Overigens ging Max Born er nog van uit dat het deeltje door de golf ‘geleid’ werd. Die interpretatie is later losgelaten.

Kwantummechanica is statistiek

Statistiek is dé manier waarop in de kwantummechanica zeer precies de resultaten van experimenten worden voorspeld. Bij de grote aantallen elementaire deeltjes die bij objecten groter dan een paar micrometer al spelen is de uitkomst aan de hand van deze kansen uiterst precies te voorspellen. Net zo als de gemiddelde uitkomst van honderd miljard keer werpen met een ideale dobbelsteen precies 3,5 zal zijn met een afwijking die we pas ergens na de 8e decimaal zullen vinden. Veel kwantumfysici willen wel aanvaarden dat het deeltje zich slechts bij meting manifesteert maar over hoe de meting dat doet zijn ze het onderling nogal oneens gezien het grote aantal verschillende interpretaties. De meeste interpretaties proberen de objectieve permanentie van de wereld te redden maar slagen daar nog steeds niet overtuigend in. In technische toepassingen gebruiken kwantumfysici gewoon de statistische berekeningsmethoden – shut up and calculate – en laten de interpretatie over aan de twistende theoretici.

De eenvoudigste verklaring is meestal de beste

Zoals ik in het begin al schreef betekent de aanname, dat het ‘ding’ alleen verschijnt omdat we kijken en dat het er niet is als we niet kijken, dat de werkelijkheid die we waarnemen dezelfde kwaliteit krijgt als gedachten en dromen. Als dat nu de aanname is die ons de meest simpele ondubbelzinnige verklaring geeft van het dubbele spleet experiment dan is die misschien toch niet zo gek als het u waarschijnlijk aanvankelijk in de oren klonk. We kunnen ons met deze hypothese elk onderdeel in het dubbelspleet experiment goed voorstellen zonder te pogen om deeltjes die tegelijkertijd golven zijn te visualiseren. Wellicht is het idee dat de wereld er altijd is, onafhankelijk van ons, een zeer hardnekkig misverstand. Dat is mijn overtuiging. De wereld is er omdat wij die waarnemen. Dat geldt dan ook voor het Covid-19 virus uiteindelijk. Natuurlijk roept dat weer een aantal andere vragen op. Kijkt u daarvoor maar eens op een andere pagina op deze website.

Wat is werkelijkheid eigenlijk?

De kwantumfysica vertelt ons dus een heel andere boodschap dan onze zintuigen. De wereld bestaat omdat wij die al ervarend creëren. Als dat nog niet geloofwaardig mocht zijn, bekijk dan eens deze video.