De Omkar

De vertaling van mijn boek in het Engels is niet alleen maar een vertaling. Naast aanpassingen aan de laatste stand van zaken, correcties van fouten zitten er hele nieuwe stukken in en zelfs een volledig nieuw hoofdstuk. Op een van de uitbreidingen wil ik hier graag ingaan vanwege de opvallende overeenkomst van mijn idee van Kosmisch Bewustzijn met het symbool voor AUM. Dat symbool voor AUM wordt in het Sanskriet de Omkar genoemd.

Het model van het Kosmisch Bewustzijn dat de gehele kosmos omvat. © P.J. van Leeuwen.

Mijn model van het Kosmisch Bewustzijn, zoals ik dat in mijn boek omschrijf, kent een aantal niveaus:

  1. Topniveau: Het Kosmisch Bewustzijn dat alles-wat-is bevat.
  2. Een onvoorstelbaar groot aantal individuele fragmenten. Niet alle fragmenten zijn noodzakelijkerwijs altijd bewust van de gedeelde virtuele realiteit of zelfs maar bewust in de zin die wij eraan toekennen. De niet bewuste staat kan gezien worden als de staat van diepe slaap. Sommige fragmenten dromen hun individuele dromen, andere delen een gemeenschappelijke droom.
  3. Het gezamenlijke geheugen. Dit is een alles omvattende opslag van informatie. Die is nodig voor het kunnen delen van verhalen, geschiedenis en ervaring. Het opslaan van elke ervaring als informatie is verantwoordelijk voor de kwantumcollaps, het gebeuren dat de niet-fysieke kwantumgolf overgaat in het waargenomen object. Vanaf dat moment is die informatie beschikbaar voor alle individuele deelnemers aan de virtuele werkelijkheid. Deze informatieopslag, dat zou de Akasha Kronieken kunnen zijn.
  4. De gedeelde virtual reality droom. Dit is het universum dat we in wakende toestand ervaren als buiten ons bestaand, schijnbaar tegengesteld aan onze innerlijke wereld van gedachten en ervaringen.

Vergelijk bovenstaande niveau’s nu eens met die in de beschrijving van de betekenis van de Omkar zoals beschreven in de Mandukya Upanishad.

AUM als geheel stelt de ervaring van het oneindige, Kosmische Bewustzijn voor. Bron: Wilfredor – Wikipedia
  1. De eerste boog staat voor de normale staat van bewustzijn ofwel de materiële staat.
  2. De tweede – bijna gesloten – boog staat voor de droomstaat, de subtiele wereld.
  3. De grootste curve staat voor de diepe droomloze staat.
  4. De kleine curve staat voor de absolute werkelijkheid, atma, het zelf of puur bewustzijn.
  5. De kroon staat voor absolute overgave.

Wanneer 4 en 5 gecombineerd worden wordt dat de bindu genoemd, de staat van volledig ontwaken.

Het is zeker niet precies hetzelfde maar de overeenkomsten zijn opvallend.

You’re not even in there now

Zoals de mensen weten die mijn boek uitgelezen hebben of mijn cursus Kwantumfysica, Informatie en Bewustzijn gevolgd hebben ben ik niet van de club die meent dat ons brein onze geest produceert. Eerder het omgekeerde. Wat mij betreft een weloverwogen standpunt dat daarmee afdoende heeft afgerekend met mijn angst voor de dood, het grote niets dat voor ons allemaal in het verschiet zou liggen. Die angst heb ik dus volstrekt niet meer. Komt eigenlijk best van pas bij deze corona crisis. Vanuit die opvatting bekeken ben ik in de afgelopen tijd drie interessante publikaties, een presentatie op YouTube, een onderzoeksrapport en een recent boek, tegengekomen die ik hier graag onder de aandacht breng omdat ze elkaar bevestigen en versterken. Dat heet consilience.

SSE presentatie van Dr. Julie Beischel

Dr. Julie Beischel is directeur van het Windbridge Research Centre. Ze heeft een academische titel in geneeskunde en toxicologie en bestudeert al vele jaren met uiterst wetenschappelijke methoden controversiële zaken als mediumschap. Ze heeft mediums, die dus contact zouden hebben met overledenen, aan rigoureuze tests onderworpen volgens richtlijnen waar elk wetenschappelijk onderzoek een puntje aan kan zuigen zoals dubbel blinde tests en het herhaalbaar gecontroleerd produceren van resultaten. Daarenboven bezit ze ook nog een prettige dosis droge humor zoals uit haar presentaties blijkt. In juni 2019 gaf Julie een presentatie voor de SSE met als onderwerp de identificatie die wij met ons lichaam hebben en die aanzienlijk minder sterk blijkt dan we denken. Wij zijn er zo ‘uit’, blijkt. In haar presentatie gaat ze in op de manieren waarop we die oriëntatie maar al te makkelijk kwijtraken zoals bij de rubberen hand illusie, de snelheid waarmee ons lichaam zich vernieuwt, hoeveel niet-eigen leven in ons leeft zoals onze darmbacteriën en het recente onderzoek van Etzel Cardeña van de Lund universiteit dat zeer overtuigend bewijs voor de realiteit van psi presenteert. Julie vertelt over treffende (anecdotische) bewijzen van mediums die aantonen dat overleden familieleden zich nog zeer bekommeren om hun nog levende nazaten, over een geverifieerde bijna komische nabij-de-dood ervaring, over een Thaise jongen die zich een vorig leven als slang herinnert en in geverifiëerd detail heeft verteld over hoe die slang gedood werd. Kortom, je bent niet je lichaam, het is een tijdelijke avatar voor je echte ik, de echte speler, zoals bij een zelfgekozen gebruikersafbeelding op websites of in videospellen.

Bekijk Julie Beischels presentatie:

The Physical World as a Virtual Reality

Brian Whitworth heeft een paper, The Physical World as a Virtual Reality, gepubliceerd waarin hij uitstekende argumenten naar voren brengt voor het idee dat onze ervaringswereld een Virtual Reality (VR) is. Met de VR aanname zijn namelijk veel eigenschappen van onze ervaringswereld uitstekend te verklaren die juist niet goed rijmen met de gebruikelijke aanname van een fysieke werkelijkheid.

We beschouwen onze wereld als een objectieve realiteit, maar is dat zo? De aanname dat de fysieke wereld op zichzelf bestaat, wringt al geruime tijd met de opdracht om de bevindingen van de moderne fysica met het beeld van een objectieve fysieke werkelijkheid te assimileren. Objectieve ruimte en tijd zouden normaal moeten ‘zijn’, maar in onze hedendaagse wereld krimpt ruimte en vertraagt tijd. Objectieve dingen zouden inherent moeten bestaan, maar in onze wereld zijn elektronen uitgesmeerde waarschijnlijkheden die zich op fysiek onmogelijke manieren uitspreiden, tunnelen, superponeren en verstrengelen. Kosmologie voegt er nu aan toe dat ons universum ongeveer 14 miljard jaar geleden uit het niets is opgedoken. Dat is niet hoe een objectieve realiteit zich zou moeten gedragen!

Zijn voorstel onderzoekt de mogelijkheid, een die doorgaans zonder veel nadenken wordt verworpen, namelijk dat de fysieke wereld het resultaat is van een kwantumproces en dus virtueel. Wat hij voorstelt is niet onlogisch, onwetenschappelijk en zeker niet onverenigbaar met de moderne natuurkunde. Het is ook geen modern idee omdat de oorsprong ervan duizenden jaren teruggaat. Zijn voorstel is beslist relevant omdat de moderne fysica heeft ontdekt dat we eigenlijk in een héél vreemde wereld leven.

Denk aan de volgende contra-intuitieve maar experimenteel bevestigde gevolgtrekkingen van de algemene relativiteit:

  1. Zwaartekracht vertraagt de tijd,
  2. Zwaartekracht kromt de ruimte,
  3. Snelheid vertraagt de tijd,
  4. Snelheid doet de massa toenemen,
  5. De snelheid van het licht is een absoluut gegeven.

En de kwantumfysica leert ons ook nog eens uit haar experimenten:

  1. Teleportatie: kwantumobjecten die ‘tunnelen’ door een barrière,
  2. Sneller dan licht communicatie bij verstrengelde deeltjes,
  3. Creatie uit het niets,
  4. Meervoudig bestaan van deeltjes op verschillende lokaties (tweespleten experiment),
  5. Fysieke effecten zonder oorzaak (radioactiviteit).

Whitworth argumenteert luid en duidelijk dat een VR al deze vreemde effecten niet alleen uitstekend verklaart maar zelfs moet vertonen. Zoals bijvoorbeeld een Big Bang te verklaren is als het opstarten van het VR programma ‘Genesis’. Elk VR programma moet een begin hebben dat vanuit zijn bewoners gezien een ontstaan uit het niets lijkt. De maximale snelheid die in ons universum geldt, die Einstein gebruikte in zijn relativiteitstheorie maar niet verklaarde, is het ineens begrijpelijke gevolg van de processorsnelheid van de VR ‘computer’. Zo’n VR verenigt in haar verklaring de kwantumfysica en de relativiteitstheorie, iets wat de fysici na meer dan 100 jaar nog steeds niet gelukt is. Aan het eind van zijn betoog zet Whitworth een zeer overtuigende tabel neer waarin eigenschappen die een VR moet vertonen en daarnaast gezet de eigenschappen die wij in onze ‘fysieke’ wereld tegenkomen stuk voor stuk worden verklaard. Met andere woorden, onze lichamen zijn Avatars. Maar wie bestuurt die?

Kortom, lees zijn paper. Als het lukt met een open geest.

Evolution 2.0

Perry Marshall, computer programmeur en zakenman en internet marketeer, schrijft Evolution 2.0. Hij is geen bioloog en helemaal geen evolutiebioloog die alles wat leeft en groeit wil verklaren vanuit zuiver toevallige mutaties, waarbij er af en toe een gunstige optreedt die overleeft en zijn eigenschappen overdraagt, gecombineerd met het Darwinistisch overleven van het best aangepaste (lees gemuteerde) exemplaar in de populatie.

Marshall bekijkt de levende organismen, zoals de cel, vanuit het standpunt van de programmeur die codeert. Hij komt tot de conclusie dat DNA code is, niet een toevallig tot stand gekomen set instructies, maar een echte code die door de cel wordt gedecodeerd en uitgevoerd.

Hij beargumenteert met veel feitenmateriaal alsmede de informatietheorie van Claude Shannon dat die code met geen mogelijkheid tot stand gekomen kan zijn door toeval. Toeval genereert ruis en ruis vernietigt informatie. Altijd en onherstelbaar.

De mogelijkheid dat de code van DNA plus het vertaalmechanisme in de cel door willekeurige mutaties tot stand komt is astronomisch klein en zou een voorbeeld zijn van spontaan afnemende entropie. Iets wat we nooit waarnemen.

Daarmee lijkt hij op het eerste gezicht zich te scharen bij de aanhangers van ID, Intelligent Design. Maar hij kiest een tussenpositie. Hij ontkent de rol van evolutie door overleven van de best aangepaste niet. Maar het is slechts een van de factoren in de evolutie. En juist een van de minder belangrijke.

Hij zegt dit: als je een code tegenkomt die ook nog geïnterpreteerd en uitgevoerd wordt dan heb je een codeur nodig. Volgens hem is dat de cel. Of de intelligentie die de cel bestuurt. De cel is voor hem een uiterst complex en hoogst intelligent levend wezen dat zich actief en doelgericht aanpast aan zijn omgeving door zijn DNA aan te passen. Mutaties in het DNA zijn dus geen toevalstreffers maar aanpassingen van de cel in haar DNA in een poging om de uitdagingen van de omgeving teweer te staan. Hij draagt een enorme hoeveelheid overtuigend experimenteel bewijsmateriaal aan voor zijn stelling. Maar je gaat je wel afvragen waar zich die intelligentie die de cel vertoont ophoudt.

Consilience: Avatars, de wereld als VR en doelgerichte levende cellen

Als ik die drie uiteenlopende zaken bij elkaar zet dan resulteert dat voor mij in een behoorlijk compleet en logisch samenvallend beeld van de werkelijkheid zoals wij die in het dagelijks bestaan ervaren. Ondersteund door drie pijlers, PSI onderzoek, de fysische eigenschappen die een VR moet vertonen en experimenteel onderzoek aan erfelijkheid, rijst het beeld op van een wereld die zich afspeelt binnen een zeer geavanceerd computer game waarin levende wezens dienen als avatars voor iets dat het best omschreven kan worden als een bewuste geest. Met als doel ontwikkeling – evolutie 2.0 dus – door een voortdurend uitdagende omgeving.

Maar ook met ruimschoots gelegenheid voor plezier en schoonheid als we elkaar dat gunnen. De dood is alleen maar het einde van de avatar, niet van de bestuurder. Als het doel nog niet bereikt is dan pakken we een volgende avatar, reïncarnatie. En wat zegt vrijwel elke nabij-de-dood-ervaarder die het spel even had verlaten om er toch weer in terug te stappen omdat zijn doel nog niet bereikt was? Het ging vooral om liefde, onbaatzuchtige liefde voor de ander. Zonder enige uitzondering.

Terug naar boven.

Kwantum onzekerheid

Kwantumfysica is nog geen theorie, betoogt Tim Maudlin, omdat kwantummechanica nog steeds alleen een receptuur is, een formalisme, dat geen ontologische visie op de wereld biedt. Helemaal mee eens.

Gerard ’t Hooft hoopt nog steeds op een theorie met een objectieve werkelijkheid die intussen wel op informatie zou berusten.

Roger Penrose hoopt op de interactie tussen de microtubuli in onze neuronen, de zwaartekracht en het bewustzijn.

Chiara Marletto wijst vooral op de onverenigbaarheid tussen de ‘scherpe’ relativiteitstheorie en de ‘onscherpe’ kwantumwereld.

Philip Ball erkent volmondig de afwezigheid van eigenschappen van het kwantumobject totdat het object gemeten wordt, de non-lokaliteit ervan, maar biedt ons alleen woorden aan zonder ontologische betekenis waarmee we ons maar tevreden zouden moeten stellen zodat de ‘weirdness’ weggaat.

Kijk en luister.

Zolang het bewustzijn niet als primair wordt erkend komen onze topfysici niet veel verder in ons begrip van hoe de werkelijkheid nu echt in elkaar steekt. Een impasse die nu al bijna 120 jaar duurt. Dat is in elk geval zoals ik het zie.

Aristoteles en de tijd

Naam: Aristoteles
Geboren: Stageira, 384 v.Chr.
Overleden: Chalkis, 322 v.Chr.
Land: Polis Athene, Macedonië
Functie: filosoof
Afbeelding Publiek domein, https://commons.wikimedia.org

Het blijkt interessant om de gedachten van Aristoteles over de tijd naast mijn inzichten over de tijd en de kwantumfysica te zetten. Er zijn treffende overeenkomsten.

Een citaat uit Fysica, boek 4.11:

But neither does time exist without change; for when the state of our own minds does not change at all, or we have not noticed its changing, we do not realize that time has elapsed, any more than those who are fabled to sleep among the heroes in Sardinia do when they are awakened; for they connect the earlier ‘now’ with the later and make them one, cutting out the interval because of their failure to notice it.


So, just as, if the ‘now’ were not different but one and the same, there would not have been time, so too when its difference escapes our notice the interval does not seem to be time. If, then, the non-realization of the existence of time happens to us when we do not distinguish any change, but the soul seems to stay in one indivisible state, and when we perceive and distinguish we say time has elapsed, evidently time is not independent of movement and change. It is evident, then, that time is neither movement nor independent of movement.

Aristoteles zegt hier dus dat tijd niet bestaat zonder verandering die door ons [bewustzijn] waargenomen wordt. Als er geen verandering wordt ervaren dan ervaren we ook geen tijd. Tijd is dus niet de beweging maar is er ook niet onafhankelijk van.

Now we perceive movement and time together: for even when it is dark and we are not being affected through the body, if any movement takes place in the mind we at once suppose that some time also has elapsed; and not only that but also, when some time is thought to have passed, some movement also along with it seems to have taken place. Hence time is either movement or something that belongs to movement. Since then it is not movement, it must be the other.

Als we een ‘voor’ en een ‘na’ waarnemen, dus een verandering, dan is er tijd. Maar tijd is niet de verandering. Het is een vergelijking tussen twee nu-momenten. De opeenvolging leggen we er zelf in door er een ‘voor en ‘na’ aan toe te kennen.

When, therefore, we perceive the ‘now’ one, and neither as before and after in a motion nor as an identity but in relation to a ‘before’ and an ‘after’, no time is thought to have elapsed, because there has been no motion either. On the other hand, when we do perceive a ‘before’ and an ‘after’, then we say that there is time. For time is just this-number of motion in respect of ‘before’ and ‘after’.

Het ‘nu’ verandert zelf niet maar de in elk ‘nu’ vastgelegde momenten wel.

De uitgestelde kwantumwisser

Deze visie op tijd van Aristoteles doet me sterk denken aan de gevolgtrekkingen die we kunnen maken uit de resultaten van de uitgestelde keus kwantum wisser experimenten. Bij een eenvoudig dubbelspleet experiment ontstaat er altijd waarneembare interferentie achter de dubbelspleet. Een patroon van donkere en lichte banden. Of er nu fotonen, electronen, atomen of grotere moleculen op de dubbelspleet worden afgevuurd.






Opbouw van het interferentiepatroon in de tijd bij het tweespletenexperiment uitgevoerd met elektronen.
Provided with kind permission of Dr. Tonomura to Wikimedia Commons

In de uitgestelde keus experimenten worden in principe ook fotonen door een dubbelspleet gezonden maar daarbij wordt ook informatie verzameld over welke spleet het foton gepasseerd heeft. De gemeten informatie over de gepasseerde spleet wordt willekeurig vastgelegd dan wel onherroepelijk vernietigd om na te kunnen gaan wat het effect is van informatie over de gepasseerde spleet op het interferentiepatroon. De resultaten zijn conform de voorspellingen van de kwantum mechanica maar desalniettemin intrigerend.

  • Indien er informatie beschikbaar is over welke spleet door het foton is gepasseerd wordt het resultaat van het experiment zodanig beïnvloed (geen interferentie) dat de conclusie moet zijn dat de toestandsgolf van het foton zich al in de spleet als fysiek foton gemanifesteerd moet hebben (de kwantumcollaps).
  • Het experiment is zodanig opgezet dat het moment dat die informatie gemeten en geregistreerd wordt in tijd ligt na het verschijnen van het foton in de spleet.

Dit lijkt op het eerste gezicht op een werking die in het verleden terug reikt. Retrocausaliteit dus. Dat wil niet zeggen dat we het verleden kunnen veranderen, eenmaal gemeten ligt het onherroepelijk vast. Maar zodra we de actieve waarnemer erbij betrekken is retrocausaliteit niet meer nodig als verklaring. De waarnemer legt dan door zijn bewuste observatie namelijk op dat moment de volgorde van de gebeurtenissen pas vast. Het is dan niet de instrumentele detectie van de spleet-passage die een effect uitoefent op het interferentiegedrag van het foton. De historie – de opeenvolging van nu-momenten – wordt vastgelegd door de beschouwing van de waarnemer. Dat is tijd.

Kortom, de kwantumfysica lijkt de ideeën van Aristoteles over tijd te bevestigen. Er tekent zich nu een belangrijk verschil af tussen ervaren tijd en klokketijd. De laatste werd in de 16e eeuw door Newton geïntroduceert als de enige tijd die in de fysica van belang was. Daarmee werd de waarnemer dus buiten spel gezet, die was niet meer van belang in het fysieke universum. De kwantumfysica lijkt de ervaren tijd weer terug te brengen als iets dat ook in de fysica een rol speelt waarmee de waarnemer als informatieverwerker weer een actieve deelnemer wordt aan het universum.

In 1 jaar meer dan 500 boeken verkocht

Ik ben hier heel blij mee. In één jaar tijd zijn er van mijn boek dus ruim 500 boeken verkocht via de boekhandels. De boeken die afgezet zijn via vrienden, kennissen en cursisten zijn hier niet meegeteld. Het werk is dus zeker niet voor niks geweest.

Intussen ben ik bezig aan de engelstalige versie waar ook een nieuw hoofdstuk over consilience aan wordt toegevoegd. Dit is de inleiding van dat hoofdstuk :

14 Consilience

From Wikipedia:

In science and history, consilience (also convergence of evidence or concordance of evidence) is the principle that evidence from independent, unrelated sources can “converge” on strong conclusions. That is, when multiple sources of evidence are in agreement, the conclusion can be very strong even when none of the individual sources of evidence is significantly so on its own. Most established scientific knowledge is supported by a convergence of evidence: if not, the evidence is comparatively weak, and there will not likely be a strong scientific consensus.

In this book, starting with the scientific revolutions of de 17th century and, following the threads of its developing history until today, we have arrived at a perhaps baffling and remarkable result, hard science – physics – today is not in conflict with the idea of the existence of an of the body independent consciousness, also called the survival hypothesis. On the contrary, it supports it.

However, should this idea only surface after studying quantum physics and nowhere else in the science domain, this support would be as whacky as a table supported by only one leg. Therefore, the question is, is survival supported by published scientific research in other domains? Indeed, it is. Some of this research was already mentioned in preceding chapters. It is time now to pay a little bit more attention to all published and reviewed evidential material concerning consciousness being independent of the material body.

SSE Conferentie 2019 – Consilience

Een verslag van drie intensieve dagen van luisteren en praten – in die volgorde.

Consilience

“In science and history, consilience refers to the principle that evidence from independent, unrelated sources can “converge” on strong conclusions. That is, when multiple sources of evidence are in agreement, the conclusion can be very strong even when none of the individual sources of evidence is significantly so on its own”. Wikipedia

Presentatie van Dean Radin

De 38e conferentie van de SSE (Society for Scientific Exploration) werd gehouden van 5-8 juni in Broomfield Colorado. Het thema was ‘consilience’ waarbij bedoeld wordt dat bewijzen uit uiteenlopende en van elkaar onafhankelijke bronnen, gebruikt kunnen worden als geldige ondersteuning van wetenschappelijke theorieën. Zoals bijvoorbeeld in de kwantumfysica een bewuste waarnemer nodig lijkt te zijn om de zogenaamde kwantumcollaps teweeg te brengen en de huidige medische wetenschap niet meer te negeren aantallen nabij-de-dood ervaringen oproept met geavanceerde levensreddende ingrepen. In beide gevallen wordt het idee van niet van de materie afhankelijk bewustzijn bevestigd.

Er werden in drie dagen 34 presentaties van ca. 20 minuten gehouden al dan niet ondersteund met PowerPoint waarbij steeds de gelegenheid was voor drie tot vijf vragenstellers na afloop en 17 zogenaamde posterpresentaties in de hal voor de zaal, waarvoor op dag 2 anderhalf uur was ingeruimd. Persoonlijk vond ik dat onderdeel het toegankelijkste omdat je zo makkelijk in direct gesprek raakt met de maker van de poster.

Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat er posterpresentaties bij waren die eigenlijk best een ‘volle’ presentatie hadden verdiend en andersom presentaties die wat mij betreft beter als posterpresentatie gepland hadden kunnen worden.

Voor een meer uitgebreid verslag klik hier.

David Chalmers over bewustzijn in de wetenschap – TEDTalk 2014

Van Jim van der Heijden kreeg ik de volgende tip, een TEDTalk van de filosoof David Chalmers over bewustzijn als fundamentele eigenschap van het universum, nog geen twintig minuten maar beslist de moeite en Nederlands ondertiteld:

Of bekijk de TEDTalk bij TED.com.

En dan is deze TEDTalk van Anil Seth ook interessant: https://www.ted.com/talks/anil_seth_how_your_brain_hallucinates_your_conscious_reality#t-4121

Astronaut Edgar Mitchell over kwantumfysica en bewustzijn

Ed’s formal Apollo 14 Crew Portrait

Kijk hier het interview met Edgar Mitchell voor het Mindshift Instituut: https://youtu.be/0PZJOUmf0ns.

Edgar Mitchell was de zesde maanwandelaar. Hij heeft na zijn terugkeer van de de Apollo 14 vlucht naar de maan in 1971 waar hij een bijzondere ervaring kreeg een instituut opgericht voor wetenschappelijk onderzoek naar bewustzijn en gerelateerde verschijnselen, het IONS. Mitchell is duidelijk overtuigd van het verband tussen de kwantumfysica en het bewustzijn. Let vooral op zijn uitleg van het kwantum hologram in dit interview op 20:30.