Een echte kwantum informatiewisser.

Aangepaste kwantumwisser. Het wel of niet wissen van de pad informatie gebeurt hier ná detectie door D3 en D4 en wordt gestuurd door de QRNG.

In alle experimenten van het kwantumwisser type die ik ken is de achterliggende aanname volgens mij dat de (verstrengelde) toestandsgolf instort bij de detector. Vandaar dat men de kwantumwisser altijd vóór de detector configureert. Het door de laser verzonden foton wordt, hier na de spleet, door een dubbelbrekend kristal (BBO) gesplitst in twee gepolariseerde fotonen. Het Glan-Thompson prisma zorgt ervoor dat die twee fotonen verschillende richtingen krijgen waarbij de hoek tussen die twee richtingen bekend is. Een van de twee fotonen, het signaalfoton, wordt gebruikt voor het detecteren van interferentie, het andere, het idler foton, wordt gebruikt om te detecteren welke spleet werd gepasseerd. De kwantumwisser is dan meestal een halfdoorlatende spiegel die bij een van de twee mogelijkheden, reflectie of door de spiegel heen, de pad informatie verloren laat gaan. Maar waarom zou de toestandsgolf eigenlijk instorten door een detector die uiteindelijk zelf ook een kwantumtoestandsgolf is? Die aanname is in elk geval een essentieel onderdeel van de decoherentie-, superselectie-, spontane ineenstorting- of macrohypothese.

Maar als het nu puur om informatie gaat? Dat kun je uittesten met bovenstaande aanpassing van de uitgestelde kwantumwisser uit het experiment van 1999. Of de pad informatie in deze configuratie wordt vastgelegd hangt niet meer af van een halfdoorlatende spiegel die vóór de detectoren D3 en D4 is geplaatst maar hangt hier af van de stand van elektronische schakelaars die door een QRNG (Quantum Random Number Generator) gestuurd worden met nullen en enen. Staan de schakelaars in de bovenste stand – nul – dan wordt het detectiesignaal van D3 en D4 samengevoegd waarmee de informatie verdwenen is over de gekozen spleet. In de onderste stand – een – houdt het detectiesignaal die informatie wel vast. Eigenlijk heel eenvoudig dus. Het bijkomende voordeel is dat dezelfde detectoren worden gebruikt voor detectie van het idler foton of er nu wel of geen pad informatie wordt gemeten. En mocht de interferentie bij D0 inderdaad van de stand van de schakelaars afhangen – bovenste stand: interferentie, onderste stand: geen interferentie – dan is het mijns inziens overduidelijk dat het puur om informatie gaat en zijn daardoor decoherentie, superselectie, spontane ineenstorting en macrocollaps aangetoond als onjuist.

Als er hier gebruik gemaakt wordt van mechanische schakelaars dan is dit beslist nog geen uitgestelde keus experiment a lá John Wheeler natuurlijk. Dat soort schakelaars zijn gewoon lang niet snel genoeg om te kunnen schakelen in de korte tijd tussen het moment dat het signaal foton de D0 detector bereikt en het idler detectiesignaal bij de schakelaars arriveert. Maar zodra we die schakelaars gaan vervangen door opto-elektronische die met de lichtsnelheid werken moet dat volgens mij prima kunnen. Ik ben zeer benieuwd naar de uitslag. Ik verwacht een bevestiging van de rol van informatie. Wat verwacht u?